vrijdag 21 september 2018

Verdedigingstactiek pastor Orlando Balentina schoffeert slachtoffers

Verdedigingsteam van pastor Orlando Balentina, geleid door mr. Natacha Harlequin
De vrouwen die het aandurfden hun pastor aan te klagen voor jarenlang seksueel misbruik hoefden ter zitting niet op christelijk mededogen te rekenen. Orlando Balentina zei dat het hem speet, maar doelde niet op zijn eigen daden. De manier waarop hij zijn verdedigingstactiek voor de aardse rechter neerzette, al dan niet ingegeven door zijn vrouwelijke (!) verdedigingsteam, schoffeerde zijn slachtoffers. 

"Pijnlijk", aldus advocaat Olga Kostrzewski, die de vrouwen vanaf hun aangifte heeft bijgestaan en ook tijdens de zitting in hoger beroep in nauw contact met hen stond.

Niet hij, maar zijn slachtoffers hadden lustgevoelens en projecteerden hun seksueel verlangen op hun 'daddy', zoals hij graag genoemd wilde worden in de Rains of Blessingskerk. Het speet de pastor dat door zijn handelen, de vrouwen en zelfs drie minderjarige kinderen immorele gevoelens bij zichzelf hadden opgewekt.

Religieuze spijtoptant
Volgens advocaat Natacha Harlequin, de Nederlandse advocate die onder de hoede van haar Curaçaose counterpart mr. Alicia Blonk ter zitting verdediging voerde, ging het hier om een religieuze spijtoptant. Want voor de aardse rechter ontkende de pastor en zijn advocaat alle aantijgingen van misbruik.

Luister hier naar het gesprek met advocaat Harlequin na afloop van de rechtszaak (2'36")

De pastor moest ook wel, want naast al het zachte bewijs - de verklaringen van de slachtoffers - was er één stuk heel hard bewijs: er waren geheime geluidopnames gemaakt, waarin de pastor bekende onzedelijke handelingen te hebben verricht. "Ik ben fout, ik ben fout", biechtte Orlando Balentina. zelfs op in dat gesprek.

Deze schuldbekentenis moest toch vooral begrepen worden in kerkelijke zin, 'want zo doen wij dat', verklaarde de pastor ter zitting: de hemelse Vader verwacht sorry als een ander in de fout gaat door jouw onbedoelde gedragingen.

De opvallende en hemelse spijtbetuiging was zeker niet bedoeld om de schuld in de schoenen van de vrouwen te schuiven, haastte advocaat Harlequin na afloop van de zitting te zeggen. Beiden treffen schuld voor de hemelse rechter, maar haar cliënt had niets gedaan. Een boodschap die dan vooral gericht was aan de aardse rechters.

mr. Olga Kostrzewski
Pijn
Deze wending aan de schuldbekentenis in de heimelijke opnames heeft bij de vrouwen vooral veel onbegrip, woede en frustratie opgewekt. "Slachtoffers van seksueel misbruik moeten over een zware emotionele barrière om aangifte te doen", zegt Kostrzewski. "Je bent bang om niet geloofd te worden en nu gebeurt precies waar je zo bang voor bent: je hebt dit op je eigen schouders gehaald, het is jouw schuld. Heel erg pijnlijk."

Luister hier naar de reactie van mr. Olga Kostrzewski in gesprek met Dick Drayer (5'08")

De advocaat snapt de verdedigingstactiek. "Maar mijn cliënten hebben de religieuze nuance die de pastor kennelijk heeft gelegd in zijn uitleg niet opgepikt en ook niet zo ervaren. Wat zij voelen is dat hij hen de schuld geeft."

De omslag van zwijgen via glashard ontkennen naar schuld toeschuiven kwam voor de vrouwen onverwacht. Volgens Kostrzewski hebben zij in het proces geen stem en hebben ze haar daarom gevraagd hun gevoelens van woede en frustratie over te brengen. "Dit is voor hun de enige manier om de wereld te tonen dat dit heel erg pijn doet."

UitspraakVoor de vrouwen is het ook niet uit te leggen dat de aanvankelijke eis van 18 jaar in Eerste Aanleg nu verlaagd is naar 12 jaar in hoger beroep. "Het OM ging zelf in beroep vanwege de lage straf van 9 jaar die gegeven werd in Eerste Aanleg", zegt Kostrzewski. "De politiek verlaagde in 2011 de straffen voor seksueel misbruik en volgde daarmee niet de gevoelens die er in de samenleving leven bij dit soort ernstige feiten."

Vier weken hebben rechters Marijntje Hubben, Sigmar Carmelia en Diederik Radder nodig om zich te buigen over de strafeis van 12 jaar cel en 15 jaar ontzegging uit het geestelijke ambt. 18 oktober doen zij uitspraak.

Luister hier naar de reportage die Dick Drayer maakte na afloop van de rechtszaak (4'54")

-0-0-0-

Gerelateerde documenten:


- Pleitnota mr. Natacha Harlequin in Eerste Aanleg
- Strafvonnis Orlando Balentina in Eerste Aanleg

zondag 9 september 2018

Komen en gaan van Venezolanen is al eeuwen oud...


Migratie tussen Venezuela en Curaçao bestaat al honderden jaren. Over en weer hebben beide volkeren in tijden van nood bescherming bij elkaar gezocht. Indianen in de pre-koloniale geschiedenis, Sefardische joden in de 17e en 18e eeuw en Afrikaanse vluchtelingen van slavernij in de 19e eeuw. Na de komst van de olie-industrie, begin 20e eeuw ontstond er een levendige handel tussen beide landen, waarbij vooral Venezolaanse inwoners van de provincie Falcon met bootjes de oversteek maakten om hun verse groente en fruit en andere handel te verkopen in Willemstad. Met de handel kwamen ook steeds meer Venezolanen op zoek naar werk in het relatief welvarender Curaçao.


Wat is de aard van het vluchtelingenprobleem?
De crisis in Venezuela na de dood van Hugo Chavèz in 2013 leidde tot een vlucht van mannen en vrouwen op zoek naar werk en inkomen. Een groot deel van de Venezolanen kwam aanvankelijk met het vliegtuig en een toeristenvisum voor dertig dagen. Velen verdwenen daarna in de illegaliteit. De laatste twee jaar is er een enorme stijging van Venezolanen die via gammele bootjes probeert ongezien naar Curaçao te komen. 

Mannen komen vaak terecht in de bouw en vrouwen in de al dan niet gedwongen prostitutie om hun familie aan de overkant van de Caribische zee te ondersteunen. Deze mensen worden geregeld bij politieacties opgepakt en vrijwel onmiddellijk uitgezet.

In 2017 werden rond de 1400 illegaal binnengekomen Venezolanen onderschept op zee door de kustwacht of op land door de KPC, het Korps Politie Curaçao. De Kustwacht zegt dat dit een topje van de ijsberg is. De meeste Venezolanen zijn vrijwel direct uitgezet.
Het aantal Venezolanen zonder geldige verblijfspapieren wordt geschat op 5.000 tot 15.000. Curaçao heeft in totaal 161.000 geregistreerde inwoners.

Neemt Curaçao zelf geen vluchtelingen op?
Nee, Curaçao heeft het vluchtelingenverdrag dat geldt voor andere delen van het Koninkrijk niet geratificeerd. Ook heeft Curaçao geen lokale wet- of regelgeving geïntroduceerd voor vluchtelingen/asielzoekers. Er is dus geen formeel asielbeleid. Er is wel een procedure die voorziet in de aanhouding, detentie en uitzetting van vreemdelingen zonder papieren. Binnen die procedure kan een beroep worden gedaan op de Vluchtelingenorganisatie van de Verenigde Naties (UNHCR/ACNUR).

Er zijn op dit moment 679 Venezolanen geregistreerd in Washington bij de Vluchtelingenorganisatie van de Verenigde Naties (UNHCR/ACNUR). 202 van hen hebben een vluchtelingenstatus gekregen, maar worden door Curaçao niet erkend. Ook zij moeten vertrekken, maar worden in de praktijk gedoogd.


Aan welke verdragen moet het land zich wel houden
Curaçao is net als het gehele Koninkrijk onderworpen aan de werking van het bepaalde in artikel 3 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM), "Niemand mag worden onderworpen aan folteringen of aan onmenselijke of vernederende behandelingen of bestraffingen". Hetzelfde geldt voor het bepaalde in artikel 5 van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens (UVRM): " Niemand zal onderworpen worden aan folteringen, noch aan een wrede, onmenselijke of onterende behandeling of bestraffing".

Curaçao kan op schendingen van de bepalingen in het EVRM worden aangesproken, maar de Rijksministerraad in Den Haag is onder de waarborgfunctie van het Statuut verantwoordelijk voor de naleving ervan. Het Koninkrijk der Nederlanden is een soevereine staat samengesteld uit vier landen: Nederland, Aruba, Curaçao en Sint Maarten. Het Statuut regelt de onderlinge verhoudingen in het Koninkrijk en staat boven de Grondwet.

Curaçao ontkent schending van het EVRM, maar zegt dat het de capaciteit noch de middelen heeft om Venezolanen op te vangen. Het eiland verwijst daarbij naar de 26.000 van de 56.000 huishoudens op curaçao die een onder de armoedegrens leven. De overheid heeft herhaaldelijk aangegeven hard op te treden tegen illegalen, omdat ze bang is voor een aanzuigende werking bij een soepel toelatingsbeleid.


Wat zijn de gevolgen voor de gevluchte Venezolanen?
Het merendeel van de illegale Venezolanen, met wie Amnesty sprak, blijkt geen vertrouwen te hebben in een eerlijke procedure, waarbij zij hun vluchtverhaal kunnen vertellen en eventueel kunnen worden aangemeld bij UNHCR. Een onlangs uitgebracht rapport van de Ombudsman bevestigt dit vermoeden: sinds de regering van Curaçao de rol van het Rode Kruis in die aanmelding in Washington heeft geschrapt, op 5 juli 2017, is geen enkele Venezolaan meer aangemeld bij UNHCR.

Venezolanen zonder verblijfspapieren leven ondergedoken en worden vaak uitgebuit als zij illegaal werk vinden in de bouw of in de prostitutie. De huidige minister van Justitie heeft aangegeven dat de politie niet meer actief op zoek gaat naar illegalen. Toch worden bij politieacties en –controles nog steeds veel illegale Venezolanen aangehouden en vrijwel meteen uitgezet.

Wat en hoe nu verder?
Het eiland doet een beroep op  de Nederlandse regering om opvang voor gevluchte Venezolanen financieel mogelijk te maken. Of het huidige beleid van uitzetting dan gaat veranderen, staat te bezien. De angst om overspoeld te worden door een massale toevlucht van Venezolanen blijft vooralsnog een slechte raadgever.

vrijdag 7 september 2018

Sint-Maarten heeft geen tijd om te herdenken, een jaar na Irma


De twee minuten stilte gingen gisteren verloren in de late ochtendspits. De inwoners van Sint-Maarten hebben geen tijd om stil te staan en stil te zijn, een jaar nadat hun eiland ten onder ging onder de verwoestende krachten van het natuurgeweld. Orkaan Irma raasde met haar oog over het eiland om 6 minuten over 9 en blies alles op haar pad omver.

Dick Drayer/NOS.nl

Een jaar later is er veel veranderd, maar eigenlijk ook weer niet. De regering van William Marlin moest wijken omdat hij niet akkoord wilde gaan met de voorwaarden van Nederland voor wederopbouw.

Het moederland eiste controle over de grenzen en een integriteitskamer om corrupte politici en ambtenaren aan te kunnen pakken. De 550 miljoen euro aan wederopbouw geld zou niet in hun handen terecht mogen komen.

Protest in Philipsburg | Foto: Sharina Henriquez
Anti-Nederlands
Dat komt nu dus terecht bij een nieuwe regering, die vorige week steun gaf aan een demonstratie tegen Nederland en haar bemoeienis. De oud-premier liep nog net niet mee, maar het anti-Nederlandse gevoel op het eiland is er een jaar na dato niet minder op geworden.

Dat heeft ook te maken met de onzichtbaarheid van de steun uit Den Haag. 550 miljoen euro is weliswaar toegezegd, maar de euro's rollen niet over straat en van enige activiteit betaald door Nederlands geld is nog niets te zien.

Nico van Zand
Geen verzekering
Kenmerkend is het verhaal van brandweerman Nico van Zand. Zijn team was op de dag van de orkaan net zo hulpeloos als de slachtoffers die het moest bedienen. Politie, brandweer en ambulance hebben toezeggingen gekregen dat de Wereldbank geld gaat reserveren zodat na een volgende orkaan wel voortvarend opgetreden kan worden.

"Ik kan het niet een geluk bij een ongeluk noemen, maar Irma heeft de boel wel in gang gezet, zodat we ons korps een goeie professionele slag kan maken", zegt Nico. Maar wanneer dat dan gaat gebeuren, weet niemand.

Kurt Luckert
Kurt Luckert heeft een ander probleem, met wellicht dezelfde uitkomst. Hij runt een kleine jachthaven en verloor tijdens Irma alles. Drie miljoen dollar schade, maar geen verzekering.

"Leningen om de tent weer op te bouwen kan ik niet betalen. De bank rekent hier 6 tot 7 procent, maar ik kan geen garantie aan ze geven. Als de Wereldbank kleine kredieten kan faciliteren met rentes zoals in Nederland, was ik nu al up-and-running."

Koffers in een tent
Hoe anders is dat voor de internationale hotelketen Sonesta. De mega-hotels van de grootste werkgever op het eiland, na de overheid, werden door Irma met de grond gelijk gemaakt. Hun belang voor de toeristische economie van Sint-Maarten is enorm.

Sint Maarten Airport
Miljoenen worden nu geïnvesteerd in de wederopbouw van hun hotels. Een deel van het 'onzichtbare' Wereldbank-geld is al uitbetaald aan trainingsprogramma's voor het personeel. Begin 2019 gaat Sonesta Maho, bij het vliegveld, weer open.

Het vliegveld zelf is een drama, volgens Kurt Luckert. "Een jaar na dato en onze gasten moeten nog steeds hun koffers in een tent ophalen. Toerisme trekt allemaal wel aan, maar dat had natuurlijk veel sneller gekund en gemoeten."

En dat is wel de rode draad op Sint-Maarten, een jaar na Irma: iedereen is druk bezig, heeft geen tijd om twee minuten stil te staan, maar ziet geen echte zichtbare vooruitgang. "Ik moet het helemaal zelf doen, maar zonder hulp van anderen, inclusief de overheid, gaat dit nog jaren duren.

vrijdag 31 augustus 2018

College financieel toezicht of de kunst om tussen de regels door te lezen

Raymond Gradus, voorzitter College financieel toezicht
Na lange tijd van pappen en nathouden trapt het College Financieel Toezicht (Cft) eindelijk op de rem. De overheidsfinanciën van Curaçao zijn onhoudbaar geworden en dat heeft naar mijn oordeel voor een deel zijn oorsprong in de weinig voortvarende manier waarop het Cft toezicht heeft gehouden. Maar nu het tij gekeerd moet worden, gaat het College wel erg kort door de bocht en is het de vraag of Curaçao dáármee geholpen is. Of moeten we tussen de regels doorlezen?

De mensen van Raymond Gradus geven de minister van Financiën geen mogelijkheid om te reageren op de urgente brief van het Cft in reactie op de 2e kwartaalrapportage. Normaal staat daar 14 dagen voor en had Kenneth Gijsbertha de tijd gekregen om de reactie van het Cft ter kennisgeving aan te nemen en daar conform de Rijkswet financieel toezicht (Rft) later een reactie op te geven voor wat betreft de te nemen maatregelen. En dan pas wordt het publiek geïnformeerd.

Nog afgezien of Curaçao adequate maatregelen kan dan wel wil nemen, ligt dan ook het gevaar dat de Rijksministerraad op de hoogte wordt gebracht terwijl de Minister van Financiën toch met adequate maatregelen komt. Het lijkt een beetje of Gradus de kerk ingaat en meteen begint te zingen.

Het is duidelijk dat het Cft tussen de regels door een advies geeft aan Den Haag om een aanwijzing te geven. Maar net als vanaf het begin van 2018 schrijft het Cft dit niet expliciet op. Ze geeft alleen aan dat ze conform de Rijkswet artikel 4 de Rijksministerraad op de hoogte zal brengen van de actuele stand van zaken.

Aanwijzing
Wellicht is het semantiek, maar het Cft heeft het voortdurend over 'controleren' in het kader van de informatievoorziening vanuit Financiën. Het College heeft natuurlijk helemaal geen controlerende taak, maar moet gewoon toezicht houden. Het heeft ook niet de kennis en kunde in huis om een controlerende taak uit te voeren.

Die ligt namelijk - conform de Comptabiliteitswet en de Rijkswet financieel toezicht bij de controlerende accountants van de diverse entiteiten, zoals SOAB, de accountant van het land en de Algemene Rekenkamer als orgaan van de Staten. Het is dan ook het Cft dat steeds de accountantsrapporten afwacht en dient af te wachten, tezamen met de Rijksministerraad voordat de rekeningen worden afgesloten,vastgesteld en bekrachtigd.

Misschien is dit ook de reden dat het Cft bij elke keer rapportage twijfelt over de informatie die het heeft en of het scenario zich als zodanig gaat manifesteren en materialiseren. Je leest in de reactie op diverse plekken dat de beoordeling nog niet voldoende heeft kunnen plaatsvinden, of dat de informatie nog niet volledig controleerbaar is, al dan niet door het ontbreken van nadere informatie.

Kenneth Gijsbertha, minister van Financiën
Een aanwijzing is een harde maatregel, een zware maatregel zonder verdere escalatieniveau, en dan is het zaak zeker te weten dat het klopt of niet klopt. Ik adviseer Minister Gijsbertha het proces volgens de spelregels aan te vliegen en keurig netjes ambtelijke antwoorden aan het Cft te geven.

Invloeden van buitenaf
De economie van Curaçao heeft het vooral moeilijk vanwege invloeden van buitenaf. Zeker, de overheid valt ook van alles te verwijten, maar de neerwaartse groeibijstellingen van de Centrale Bank mogen terecht zijn, ze zijn naar mijn oordeel niet correct.

Het is immers een afspraak dat de begroting wordt opgesteld naar de stand van de economische groei(cijfers) op het moment van vaststellen van de begroting. Als land is het godsonmogelijk om continu binnen een lopend begrotingsjaar je begroting aan te gaan passen op basis van ramingen/voorspellingen, tenzij die substantieel zijn. Zijn die dat nu?

Er valt anders geen land te regeren en geen beleid meer uit te voeren als je bij elke nieuwe prognose weer anders moet springen. Die connotatie leeft ook wel bij het Cft, want ze geeft als toezichthouder keurig netjes aan dat 'Het belangrijk is, dat middels een analyse ook deze mogelijke tegenvallers in beeld worden gebracht en ter compensatie hiervan maatregelen worden getroffen.'

De maatregelen
Dan de maatregelen die het Cft voorstelt om het tij te keren. De opmerking over de dividenden van telecomprovider UTS zijn terecht. Dat de overheid nu een voorziening moet gaan treffen is ambtelijk taalgebruik, een beetje Haags zelfs: een beetje boekhouder zegt dat de overheid per direct in haar verwachte inkomsten en uitgaven moet gaan snijden om het saldo in evenwicht te houden.

Elke snèkbezoeker weet al jaren dat het minder gaat met UTS en dat er al een dividendbeleid is. En dat dit niet een vast bedrag per jaar is, maar een af te dragen bedrag afhankelijk van de resultaten en het beleid van UTS (of enige andere overheidsNV).

Dat de compliance maatregelen voor wat betreft de belastingen en de belastingopbrengsten nog niet hebben opgebracht wat we allemaal hadden gedacht, heeft natuurlijk een aantal redenen. De belastingopbrengsten volgen de economische voor- of tegenspoed, dat snapt een snekbezoeker ook wel.

Dat er ook iets op te merken valt over de aansturing en besturing van de belastingdienst kan de gemiddelde snèkbezoeker na een paar flesjes bier ook wel bedenken. Maar dat je als overheid niet te hard wil en moet gaan drukken op burgers en bedrijven is een beleidskeuze. Als je het geld wegtrekt bij burgers en bedrijven, maak je veel meer kapot dan je lief is.

Vergelijk het maar met de Nederlandse aanpak waarvan ook Mark Rutte achteraf ruiterlijk toegaf dat Nederland door de harde aanpak in een dubbele dip was terechtgekomen in tegenstelling tot de overige Europese landen.

Ombuigingen
De genoemde ombuigingen van 48 miljoen + 30 miljoen + 15 miljoen + 37 miljoen zijn technisch juist, maar over de 48 miljoen miljoen als tekortcompensatie over 2017 valt wel wat af te dingen. Ik heb eerder al aangegeven hoe ruimhartig het CAft in Aruba omgaat met begrotingstekorten in het volgende jaar. Waarom kan dat niet voor Curaçao?

Of kan het wel en lees ik niet goed? Tel de bedragen maar op: het Cft heeft het in haar advies over alternatieve maatregelen voor tenminste 82 miljoen gulden. Daarin zit blijkbaar niet de 48 miljoen uit 2017. Knijpt het Cft nu ook voor Curaçao eindelijk een oogje toe voor wat betreft de tekortcompensatie uit voorgaande jaren?

Cijfermatig is het in ieder geval alsof de 'duvel' er mee speelt. Immers het tekort op Aruba is 130 miljoen en het tekort op Curaçao ook: 48 + 82!

De directe verplichtingenstop, zoals voorgesteld door het Cft is een standaard stokpaardje waar salon-economen altijd naar grijpen. Begrijp me goed: een sequentiele verplichtingenstop is okay, maar een algehele nooit. Daarmee zet je immers alles in een keer stil en komt de gehele bedrijfsvoering van de overheid vast te zitten. Denk maar aan de beelden van schooljuffen en -meesters die hun eigen krijtjes kopen voor school en ambtenaren die hun eigen toiletpapier moeten meenemen naar het werk. 

Boodschap
Maar laten we open en eerlijk tegen over elkaar zijn. Het gaat al een jaar of wat niet goed met Curaçao en het is er de laatste tijd niet beter op geworden. Bovendien is er vooralsnog geen zicht dat het in de nabije toekomst goed gaat komen. Die boodschap van het Cft zit helder tussen de oortjes. Van iedereen!

-----
Reactie Cft op 2e kwartaalrapportage Curaçao

zondag 26 augustus 2018

Geen geld op begroting Aruba voor 600 ambtenaren


De Arubaanse overheid moet 600 mensen laten gaan of een andere oplossing zoeken, als het nog serieus werk wil maken van de begroting 2018. Dat valt af te leiden uit de reactie van het College Financieel Toezicht op de 2e kwartaalrapportage 2018. Ook de belastingopbrengsten in de eerste maanden van dit jaar vallen enorm tegen, waardoor bezuinigingen of lastenverzwaringen onvermijdelijk zijn.

Maar laat ik met iets positiefs beginnen. Evelyn Wever-Croes beloofde met haar ministers bij het aantreden van haar kabinet op 17 november vorig jaar dat haar regering transparantie voorstaat en het lijkt er op dat de boodschap uit mijn vorige artikel* over is gekomen. De website gobierno.aw heeft inmiddels een flink aantal documenten gepubliceerd. Goed nieuws dus voor de Arubaanse bevolking.

Informeren
Maar we zijn er nog niet. Het College Financieel Toezicht heeft op 23 augustus weliswaar zijn reactie gepubliceerd op de 2e kwartaalrapportage 2018. Maar de kwartaalrapportage zelf is nog niet gepubliceerd. Het is dan ook niet bekend wat er - en hoe er - door de Minister van Financiën van Aruba, mevrouw Xiomara Ruiz-Maduro, is gerapporteerd. Blijkbaar is het informeren van het CAft (op 9 augustus!) belangrijker dan het informeren van de inwoners van Aruba.

Ik ben dus genoodzaakt om opnieuw uit de reactie van het CAft (en haar publicatie) te deduceren wat de stand van zaken is. Wellicht dat de regering daar bij de volgende kwartaalreportage rekening mee houdt, zodat alle journalisten op Aruba en Curaçao een vinger aan de pols kunnen houden.

Prognose
In de reactie van het CAft staan evenwel genoeg interessante zaken, die het noemen waard zijn. Ik behandel er vier.

Het tekort over 2018 zal uitkomen op 2,9 procent**. In persconferenties, op Facebook en op de de website van de overheid is de overhandiging van de jaarrekening over 2017 bekend gemaakt. Deze jaarrekening ligt op dit moment ter beoordeling(!) bij de Algemene Rekenkamer Aruba. Daarin staat dat het tekort over 2017 uitkomt op 2,4%. Een percentage waarmee de minister van Financiën heeft gepronkt, omdat die lager ligt dan de veronderstelde en ingeschatte 3,1% in december 2017 over 2017.

Dit gegeven houdt in dat Aruba haar tekort over 2018 dus naar maximaal 2,3% (lager dan 2017) moet gaan bijstellen. Opvallend genoeg roept geen enkel lid van de oppositie hier iets over en ook het CAft rept er (nog) niet over.

Nog afgezien dat hiermee nog steeds niet wordt voldaan aan de ruimhartige overschrijding van de begrotingsnorm, zou het zeker jammer zijn voor de Arubaanse overheidsschuld en de Arubaanse bevolking als het tekort niet wordt teruggedrongen en er dus ongewenst meer schulden worden gemaakt.

Dit betekent dus concreet dat het kabinet Wever-Croes voor een bedrag van ongeveer 35 miljoen florin aan bijstellingen moet plegen. Ik noem het maar, wellicht dat iemand het op Aruba oppikt.

Personeelslasten
Het CAft wijst opnieuw op de verhoging van de personeelslasten. In plaats van een beloofde daling blijven die stijgen tot een bedrag van 12,2 miljoen florin. De komende vier maanden moet Wever-Croes deze 12,2 miljoen, bovenop de 35 miljoen als besparing moeten realiseren. Maak je geen illusies, ook het CAft geeft tussen de regels door aan dat er nog steeds geen besluiten gemaakt zijn hoe en wanneer die maatregelen zullen leiden tot de besparing.

Voor de gewone leek, zoals u en ik: bij een gemiddelde loonsom van AWG 60.000,= staat die besparing gelijk aan een afvloeiing van 600 ambtenaren in de komende 4 maanden, zonder afkoopsom of regeling of iets dergelijks. Of ze nou van de AVP of MEP zijn, voeg ik daar met een knipoog aan toe.

Belastingen
Het valt bovendien op dat het CAft in haar reactie de substantieel lagere ontvangsten benoemd uit de invorderingsacties van de directe belastingen en de winstbelasting. Het Departamento di Impusto heeft maar 15,7 miljoen directe belastingen binnengehaald, terwijl 73,5 miljoen was voorzien. Het verschil wordt niet toegelicht.

Voor de winstbelasting is 55 miljoen als opbrengst begroot, terwijl over het eerste halfjaar maar 6,1 miljoen florin is gerealiseerd. Het CAft voorziet op basis van het seizoenspatroon daarbovenop ook nog eens een tegenvaller van 21 miljoen florin.

Het is bekend dat in december 2017 middels een suppletoire begroting ongeveer 50 miljoen aan minder opbrengsten uit belastingen is verwerkt. Als we uitgaan van de analyse van het CAft, kunnen de minderopbrengsten in 2018 oplopen tot een bedrag dat hoger ligt dan 2017. Voorwaar iets waar het het kabinet pro-actief rekening mee moet houden.

Dividend
Tenslotte, het dividend. Het valt het CAft op dat de dividenduitkeringen over het 1e halfjaar 2018 maar liefst 53,9 miljoen aan opbrengsten genereren. Pabien, boven verwachting! Enerzijds ligt het niet in lijn dat een dergelijk bedrag opnieuw in het 2e halfjaar zal worden ontvangen, want je kan in principe maar één keer dividend ontvangen. Anderzijds betreft dit dividend over de resultaten van 2017 en eerder. Dus de effecten van 2018 moeten we nog gaan merken.

Of het huidige kabinet de overheids-nv’s heeft aangespoord om maar snel de dividend uit te keren en of het allemaal rozengeur en maneschijn is, ligt besloten in de opmerking van het CAft dat zij graag inzicht krijgt in de mate waarin de in de Landsbegroting opgenomen dividendopbrengsten realistisch zijn en ook daadwerkelijk ontvangen zullen worden. Je kan immers de overheids nv’s maar 1 keer leegplukken gezien de beleidsdoelstellingen die ze zelf moeten behalen.

Conclusie
Samenvattend kan gezegd worden dat het kabinet per direct ongeveer 47 miljoen florin moet ombuigen. Als de geprognosticeerde belastingtegenvallers zich manifesteren, zal dit bedrag bovendien substantieel veel hoger liggen.

Ik durf een totaal bedrag oplopend tot 100 miljoen, nog niet te noemen. Het bedrag betekent nog eens twee procent tekort erbij. Maar dan is het wel geboden dat Wever-Croes en het CAft als toezichthouder, nu direct in actie komen.

Het moge duidelijk zijn dat Evelyn er verstandig aan doet en daadwerkelijk gaat bezuinigen. Want met extra inkomensverhogende lastenverzwaringen voor bedrijven en burgers zit niemand te wachten. Dat maakt, net als teveel drank, meer kapot dan je lief is.

----
* Rocco Tjon moet pijlen richten op zijn eigen premier
**De discussie waarom het tekort over 2017 niet hoeft te worden gecompenseerd (zoals in Curaçao) of dat het overschot percentage van 0,5% conform de Wet voor 2018 niet behoeft te worden gehaald, is hier onbesproken. Desalniettemin was en wordt door het CAft in haar reactie opnieuw benoemd dat het dan de afspraak is dat het tekort over 2018 onder die van 2017 (geprognotiseerd 3,1%) moet liggen. Het maximale tekort percentage van 3% is na enige correctie en druk ook als zodanig in de Begroting over 2018 verwerkt.

maandag 20 augustus 2018

Verdrag Cartegena verbiedt Curaçao Venezolanen terug te sturen

Onderschepte Venezolanen door de Kustwacht
Het is op het ministerie van Justitie net zo spannend als in de vreemdelingenbarakken van de SDKK-gevangenis. Deze week landde een een bootje op de Curaçaose kust met zes Venezolanen aan boord. Twee van hen zijn het regime van Nicolás Maduro ontvlucht, een sergeant uit het leger en een ambtenaar. Beiden hebben asiel aangevraagd.

Luister naar Sergeant M. vanuit SDKK 

Of dat is opgepikt door de autoriteiten blijft de vraag, want echt mededeelzaam is het transparante kabinet van Rhuggenaath niet. Sterker: bij het KPC wisten ze op zondag nog steeds niet dat ze de Venezolanen zelf op donderdag hadden afgeleverd bij de vreemdelingenbarakken op het gevangenisterrein.

VN Vluchtelingenverdrag
Curaçao heeft het zich dan ook niet makkelijk gemaakt door het VN-vluchtelingenverdrag van 1951 niet te ondertekenen - ook niet toen het onderdeel werd van de Nederlandse Antillen in 1954 en in 2010, toen het autonoom werd. Daardoor zijn er maar twee soorten mensen op het eiland: legalen, met papieren en illegalen zonder papieren.

Het is zelf zo georganiseerd dat ik, als Europese Nederlander ook een papier op mij moet dragen, omdat ik anders de kans loop uitgezet te worden. Kom daar als Curaçaoënaar maar mee om als je in Nederland woont, het is nog geen enkele VVD-er of PVV-er gelukt.

Spannend is het ook op Justitie. Die weet zich geen raad met de nog relatief beperkte toestroom van Venezolanen. Het mantra dat wordt verkondigd is dat Curaçao die toestroom niet aankan en dat zolang hulp uit Nederland uitblijft, het gerechtvaardigd is om iedereen terug te sturen.

Mensenrechten
Nou heeft Curaçao het VN-vluchtelingenverdrag niet ondertekend, maar wel een paar andere, waarvan de belangrijkste het Europees Verdrag van de Rechten van de Mens (EVRM).

Het Koninkrijk der Nederlanden is partij bij het EVRM, het verdrag geldt in alle landen van het Koninkrijk en is een voortvloeisel van het Statuut. Daarin staat dat de landen in het Koninkrijk op grond van artikel 43, eerste lid, verplicht zijn zorg te dragen voor de verwezenlijking van de fundamentele rechten en vrijheden van de mens, o.a. de rechten genoemd in het EVRM.

Voor het Koninkrijk ligt er uitsluitend een taak en bevoegdheid in het kader van de waarborgfunctie (artikel 43, tweede lid, van het Statuut). De waarborgfunctie is niet bedoeld om het Koninkrijk en de Koninkrijksregering tot ultieme rechter te maken in geschillen over grondrechten, rechtszekerheid en deugdelijk bestuur.

Redres
Om de waarborgfunctie te activeren moet er sprake zijn van een inbreuk op mensenrechten, fundamentele vrijheden, de democratische rechtsorde of beginselen van behoorlijk bestuur. Maar niet iedere zodanige inbreuk is voldoende om de waarborgfunctie te activeren. Voor die situaties zijn de normale mechanismen van rechtsbescherming en politieke controle bedoeld.

Het spreekt voorts vanzelf, dat niet het te kort schieten van enig landsorgaan alleen zo'n waarborgmaatregel kan meebrengen. Slechts wanneer in het land zelf geen redres van een ontoelaatbare toestand mogelijk zou blijken te zijn, kan het nemen van een maatregel in overweging komen.

Curaçao solliciteert nadrukkelijk naar zo'n maatregel, is mijn stellige overtuiging, al zal Den Haag dit net zolang uitstellen, totdat het internationaal wordt aangesproken op zijn gedragsverplichtingen. We gaan dat de komende maand ondervinden, is mijn voorspelling.

Cartegena
Maar Curaçao heeft ook los van het Koninkrijk ingestemd met een aantal beschermingsmaatregelen voor vluchtelingen. Die zijn regionaal ontwikkeld en als non-binding verdrag bezegeld in de 1984 afgesloten Cartagena Declaration on Refugees. In 2014 is Curaçao toegetreden tot dat verdrag, dat in de kern het belang bevestigt - opnieuw - van het recht op asiel, het beginsel van non-refoulement (artikel 3 EVRM) en het belang van het vinden van duurzame oplossingen.

Cartagena Declaration on Refugees extension 2014
In vergelijking met het VN-verdrag van 1951 maakt de Verklaring van Cartagena het mogelijk dat een bredere categorie personen die internationale bescherming behoeven, als vluchteling wordt beschouwd.

Ruimere definitie
Vluchtelingen zijn die: "personen die uit hun land zijn gevlucht omdat hun leven, veiligheid of vrijheid zijn bedreigd door algemeen geweld, buitenlandse agressie, interne conflicten, massale schending van mensenrechten of andere omstandigheden die de openbare orde ernstig hebben verstoord".

Deze definitie maakt een ruimere tijdelijke en geografische reikwijdte mogelijk voor de risico's waar vluchtelingen zich bevinden en omvat daarnaast enkele van de indirecte effecten zoals armoede, economische achteruitgang, inflatie, geweld, ziekte, voedselonzekerheid, ondervoeding en verplaatsing.

Curaçao
De huidige politiek van het kabinet Rhuggenaath stoelt op de stellige overtuiging dat Venezolanen om economische reden naar Curaçao komen. Nog los van het feit dat dat onvoldoende wordt onderzocht door de KPC, bijgestaan door de IND, verdient die aanname meer verdieping omdat Curaçao in 2014 de Declaratie van Cartegena heeft ondertekend.

Want het regime van Maduro, zo weten we allemaal, leidt niet alleen tot een exodus van mensen die hun leven niet zeker zijn of die gemarteld worden in de gevangenis, maar een nog grotere uittocht van mensen die op de vlucht zijn voor armoede en ziekte . Die economische achteruitgang en inflatie proberen te ontlopen en lijden onder voedselonzekerheid en ondervoeding.

Een categorie mensen dus, waarvan Curaçao in 2014 belooft heeft bescherming te bieden.

woensdag 15 augustus 2018

MFK is kind aan huis bij Justitie

Foto: Èxtra
Oud-minister van Volksgezondheid op Curaçao, Jacinta Constancia is woensdag veroordeeld voor haar rol in de oplichting van de zorgverzekeraar op het eiland. Dat gebeurde tijdens haar ministerschap. Constancia moet 20 maanden de cel in en mag 5 jaar geen ministerspost bekleden.

Zij heeft in 2012 als minister opdracht gegeven om 40.000 medische mondkapjes te bestellen. Die werden meteen betaald, maar nooit geleverd. Daar was een bedrag van ruim 180.000 euro mee gemoeid. Volgens het Gerecht was het de bedoeling om veel minder mondkapjes te leveren en de rest van het geld te gebruiken om schulden van haar man te betalen.

Foto: MFK
MFK
Constancia is hiermee de derde minister uit het kabinet Schotte en vierde politicus uit de MFK-stal die in aanraking is gekomen met justitie. Vorig jaar werd Constancia trouwens ook al veroordeeld omdat ze een college in het parlement een klap had verkocht.

Schotte werd vorig jaar in hoger beroep veroordeeld voor ambtelijke corruptie en witwassen van geld. Zijn partijgenoot en toenmalig minister van Financiën, George Jamaloodin wordt verdacht in 2013 opdracht te hebben gegeven om de politicus Helmin Wiels te vermoorden. En destijds MFK-fractievoorzitter Amerigó Thodé werd veroordeeld omdat hij vertrouwelijke informatie had gelekt en verkocht aan radio Más. Het MFK-kwartet is vol.

Mondkapjes
De oplichtingszaak waar ze voor de gevangenis in moet is een ingenieus bedacht plan van haar echtgenoot die schulden had en de ministeriële positie van zijn vrouw heeft gebruikt om aan cash-geld te komen.

Aangifte
De zaak komt aan het rollen als er een bestuurswisseling plaatsvindt bij de Stichting Buro Ziektekostenvoorzieningen, BZV. Het oude bestuur schreef op 28 maart 2012 een cheque uit op naam van een bedrijf met een Chinese naam voor NAf 365.853,49. Dat bedrijf was net opgericht door de man van de minister. De volgende dag al wordt de check verzilverd. De opdracht tot levering werd gegeven in het zicht van de beëindiging van de bedrijfsactiviteiten c.q. opheffing van BZV. Er werd slechts één offerte aangevraagd.

Er is geen formeel, genotuleerd, bestuursbesluit beschikbaar voor deze aanzienlijke uitgave. ook is er geen overeenkomst opgemaakt met daarin bijvoorbeeld leverings- en betalingsvoorwaarden. Het is dan ook niet duidelijk waarom de ongebruikelijke betaling ineens direct bij ontvangst van de factuur werd gedaan.

Invloed
Minister Constancia had een pot van anderhalf miljoen gulden voor preventie zaken en kon daarmee direct de directie van BVZ aansturen. Het initiatief om mondkapjes te bestellen had betrekking op het feit dat er bezorgdheid was over de gezondheidstoestand binnen de Chinese restaurants. Door Constancia is toen het besluit genomen om mondmaskers te bestellen. Het viel onder het preventieprogramma van Volksgezondheid en volgens BZV-ers had Constancia binnen dit project heel veel inspraak en invloed. Ze kwam zelf met de naam van de leverancier.

Het bedrijf met de Chinese naam, was 14 dagen voor de betaling opgericht door een vriend van de man van Constancia. Die opende ook een bankrekening, een dag voor de check werd uitgeschreven. Die werd toen overhandigd door een beleidsmedewerkster van de minister. Die liep bijna de hele dag bij haar binnen en vertelt dat het idee van de mondkapjes ontstond bij de minister.

Opvallend is dat pas na de aanbetaling, de man van Constancia naar China vertrekt om te onderhandelen over de mondkapjes. Die moesten ook een eerbetoon worden aan de minister: Constancia wilde haar foto op de verpakking van de mondkapjes met de tekst 'Minister Sra. Jacinta Constancia, Minister di Salu, Medio ambiente i Naturalesa'.

In het parlement
Op 8 augustus laat de minister aan een tussenpersoon weten dat er minder mondkapjes nodig zijn. De fabrikant in China wordt gevraagd om de hoeveelheid in lijn te brengen met het aanbetaalde bedrag. Maar die vlieger gaat niet op. De fabrikant laat weten dat alles al is gemaakt en met de foto van Constancia op de verpakking. Aan iemand anders verkopen kan niet.

BZV en ambtenaren
Het vonnis spreekt zich ook scherp uit over de BZV-organisatie in 2012 en de ambtenaren op de ministeries die klakkeloos de minister volgen, ook als ze weten dat de wet daarmee overtreden wordt.

De toenmalige bestuursleden van BZV die voor de cheque hebben getekend zijn volgens het Gerecht bij uitstek personen die de oplichting zouden kunnen bevestigen of ontkennen. Hun verklaringen zijn echter allesbehalve duidelijk. Ze zijn inconsistent en onvolledig; hun herinnering zou hen in de steek hebben gelaten. Het Gerecht heeft de indruk gekregen dat zij het achterste van hun tong niet hebben willen laten zien om te voorkomen dat hun eigen handelen ter discussie zou (blijven) staan. Het beleid bij BZV was destijds weinig consistent. Van bestuursvergaderingen werden geen notulen opgemaakt en beslissingen werden ogenschijnlijk lichtvaardig en zonder schriftelijke verantwoording genomen.

Verklaring
Het Gerecht zegt dat de offerte aan toenmalige voorzitter van het BZV is gericht, dat de factuur door hem is getekend en door de toenmalige secretaris vervolgens is verzonden naar de afdeling financiën. De financial manager van het BZV heeft daarna de cheque getekend en in het bijzijn van de voorzitter en secretaris is uitgereikt aan de toenmalige beleidsmedewerkster van Jacinta Constancia

De verklaring van Constancia dat zij procedureel in het geheel niet betrokken is geweest bij het mondkapjestraject, vindt het Gerecht ongeloofwaardig. Als dat zo zou zijn, had het in de rede gelegen dat Constancia alarm had geslagen bij het zien van de omschrijving van het project en de daarmee gemoeide kosten. Dat heeft zij niet gedaan.

Bedrijfje
Een andere aanwijzing is dat de zus van de man van Constancia heeft verklaard dat zij in 2012 haar broer en Jacinta gevraagd is of zij interesse had om een bedrijfje op Curaçao te beginnen in verzorgingsproducten, zoals krukken en rolstoelen. Toen de zus vertelde dat ze daar geen ervaring mee had, omdat zij in de verzekeringsbranche zat, zou Jacinta hebben gezegd dat ze een vriendin bij de SVB had werken die haar zou kunnen laten weten welke producten het meest werden gebruikt en dus zouden moeten worden ingekocht.

De zus was geïnteresseerd, maar heeft ervan afgezien omdat haar broer en de minister zich nadrukkelijk met de oprichting van dat bedrijfje wilden bemoeien. Zij stelden voor dat een tussenpersoon haar zou helpen met de bestelling van de juiste goederen.

Het beeld dat hieruit voortkomt volgens het gerecht, is dat Constancia samen met haar man heeft opgetrokken om te kijken op welke wijze kan worden verdiend aan producten, die binnen de sfeer vielen van het ministerie waarvoor de minister verantwoordelijk was.

Het laat zich raden wat het belang van Jacinta Constancia is geweest. Per slot van rekening is zij op 8 maart 2012 (frappant genoeg op de dag waarop de offerte en de factuur zouden zijn opgemaakt) getrouwd met haar kersverse man, die het plan had bedacht en waar zij kennelijk in is meegegaan.

En voor zover dat niet geweest kan zijn, zegt het gerecht dat Constancia er voor gezorgd heeft of er ten minste mee heeft ingestemd dat de gebruikelijke procedures bij deze specifieke offerte opzij werden gezet.

Opzet
Voor het Gerecht staat vast dat Constancia aanvankelijk wel degelijk de intentie heeft gehad om de partij mondkapjes te leveren. Binnen een maand na het incasseren van de cheque is haar man immers naar China gegaan om te onderhandelen en als gevolg van die onderhandelingen is vervolgens ook een aanbetaling gedaan.

Maar de opzet van het plan was om welbewust een buitenproportionele hoge vergoeding te verkrijgen voor levering van de mondkapjes, wetende dat die offerte door de invloed van de minister gemakkelijk zou worden geaccepteerd

Ernst
Jacinta Constancia heeft zich, in de tijd dat zij minister van Gezondheid, Milieu en Natuur was, samen met haar echtgenoot en een vriend van haar echtgenoot schuldig gemaakt aan oplichting, aldus de Rechtbank. Zij heeft ervoor gezorgd dat haar echtgenoot en diens vriend ten koste van de gemeenschapsbelangen financieel gewin konden behalen. De minister heeft dat gedaan in een kwetsbare en spannende periode voor het land Curaçao. Zij maakte deel uit van de eerste regering, sinds Curaçao werd uitgeroepen tot zelfstandig land binnen het Koninkrijk der Nederlanden.

Vele burgers hadden er vertrouwen in dat Curaçao als autonoom land een goed functionerende democratische rechtsstaat zou zijn, anderen waren daar minder gerust op. Dit legde een zware verantwoordelijkheid op de schouders van de politici die op dat moment de koers van Curaçao moesten gaan bepalen. Zij moesten laten zien dat het algemeen belang en het vertrouwen van de burgers bij hen in goede handen waren.

Constancia heeft echter het tegenovergestelde gedaan door het in haar gestelde vertrouwen ernstig te beschamen, zegt het Gerecht en rekent haar dat handelen zwaar aan. Ze heeft er bovendien voor gekozen de verantwoordelijkheid voor haar handelen niet op zich te nemen en heeft evenmin spijt getoond. Integendeel zelfs: zij heeft een ander, haar voormalige beleidsmedewerkster, beschuldigd om zelf buiten schot te blijven.

Straf
Voor wat betreft de hoogte van een onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming, die de recht passend vindt,  heeft het Gerecht aansluiting gezocht straftoemeting die in Nederland voor fraudezaken zijn geformuleerd en die grosso modo overeenkomen met de in Curaçao voor oplichting opgelegde straffen. De gemiddelde indicatie daarvoor is 11 maanden.

Aanmerkelijk strafverhogend is in het geval van Jacinta misbruik heeft gemaakt van haar positie als minister en dat daardoor gemeenschapsgelden zijn verkwist. Als strafverhogende omstandigheid geldt ook dat zij haar verantwoordelijkheid heeft geprobeerd af te schuiven op een ander.

Het Gerecht vindt een straf van 22 maanden toepasbaar, maar trekt daar 2 maanden vanaf omdat er sprake is van een schending van het recht van de verdachte op berechting binnen een redelijke termijn, zoals bedoeld in artikel 6 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM).

Het Gerecht is van oordeel dat de overschrijding van de redelijke termijn in dit geval tot strafvermindering moet leiden, in die zin dat de gevangenisstraf met 2 maanden moet worden verlaagd. Dat betekent dat het Gerecht de verdachte veroordeelt tot een gevangenisstraf voor de duur van 20 maanden.

Bovendien vindt het Gerecht net als de officier van justitie, dat er een bijkomende straf moet worden opgelegd. Namelijk de ontzetting uit het recht om het ambt van minister te bekleden. De reden daarvoor is dat Constancia het in haar als minister gestelde vertrouwen ernstig heeft geschonden en haar ambt daardoor in diskrediet heeft gebracht, terwijl zij nog altijd niet tot inkeer is gekomen. Vijf jaar is daarom passend.

-------------
lees hier alle vonnissen in deze zaak:

Strafvonnis_Dubnium_verdachte_Constancia.pdf
Strafvonnis_Dubnium_verdachte_Man van Constancia.pdf
Strafvonnis_Dubnium_verdachte_ambtenaar.pdf
- Strafvonnis_Dubnium_verdachte_medewerker.pdf


Verdedigingstactiek pastor Orlando Balentina schoffeert slachtoffers

Verdedigingsteam van pastor Orlando Balentina, geleid door mr. Natacha Harlequin De vrouwen die het aandurfden hun pastor aan te klagen ...