Kustwacht in de West zet drugssmokkel een hak

bron Defensiekrant, publicatie van het Ministerie van Defensie

Commandeur Peter Lenselink gebruikt vaak het woord ‘dicht timmeren’. Als synoniem voor de strategie tegen de drugssmokkel op de Antillen dekt dat zeker de lading. Sinds iedere zeemijl voor de kust uitvoerig in de peiling wordt gehouden, lijken drugssmokkelaars de Benedenwindse Eilanden als de pest te mijden. Dat is goed nieuws voor de kustwacht die een spilfunctie vervult bij het bestrijden van de illegale handel. Langzaam maar zeker krijgt ze greep op de zaak. “Maar”, zegt de commandant der Zeemacht in het Caribische gebied, “de strijd is nog niet gestreden.”

De kustwacht van de Nederlandse Antillen en Aruba lijkt aan de winnende hand. Vanaf de wal, het water en vanuit de lucht houdt ze alle verdachte bewegingen voor de kust in de gaten. De smokkelaars zijn zich daar inmiddels van bewust en richten zich nu op de andere routes voor hun afzet naar Europa. Wie toch nog voor de Antillen kiest, weet dat er een verhoogde pakkans bestaat. Vandaar dat zulke waaghalzen vaak besluiten de hoeveelheid drugs per zending te beperken. Al met al hoor je Lenselink, in de rol van commandant van de kustwacht, niet klagen, hoewel hij zich geen al te grote illusies maakt. De handel in verdovende middelen uitbannen, is namelijk een utopie. Nog steeds worden tonnen drugs van Zuid-Amerika naar de Verenigde Staten en Europa gesmokkeld, alleen gaan die nu minder vaak via de Antillen en Aruba. Dat valt naast de marineoperaties in belangrijke mate toe te schrijven aan de kustwacht, die de afgelopen vijf jaar enorm werd geprofessionaliseerd en uitgebreid. Opvallend daarbij is de recente ingebruikname van twee DASH 8 vliegtuigen, die door hun uithoudingsvermogen zo’n acht à negen uur onafgebroken kunnen patrouilleren. Ze kennen een hoge inzetbaarheid en dragen sterk bij aan het in kaart brengen van het scheepvaartverkeer rondom de eilanden. Opmerkelijk is dat onlangs de eerste Antilliaanse bemanningsleden werden verwelkomd. Als waarnemer leggen zij zich toe op de identificatie van boten en schepen. Ook de patrouilleschepen en de walradars - waarvan er drie op Curaçao, drie op Bonaire en twee op Aruba staan - zijn sterke troeven. Voor hun niet aflatende inspanningen zwaait de commandeur ‘zijn’ kustwachters veel lof toe. “Het is een jonge organisatie die in vijf jaar van 150 naar circa 250 functionarissen groeide. Mede daardoor missen we een bepaalde ervaringsopbouw, maar daar werken we elke dag aan.”

Van grote waarde bij de drugsbestrijding in het gehele Caribische gebied zijn de afspraken tussen Colombia, Venezuela, Frankrijk, Groot-Brittannië en de Verenigde Staten. Hun kustwacht en marine hebben de volmacht om een anti-drugactie buiten de eigen territoriale wateren voort te zetten. Verder verlenen de partnerlanden elkaar desgewenst ondersteuning. De coöperatie binnen de Task Group 4.4 gaat daarin vrij ver. Aan het hoofd van deze taakgroep staat de commandant der Zeemacht in het Caribische gebied. Met die pet op kan Lenselink Amerikaanse, Franse, Britse en Nederlandse schepen en vliegtuigen aansturen. Het summum zou zijn wanneer de partners internationale operaties in elkaars territoriale wateren mogen uitvoeren, maar daarvoor acht Lenselink het nog te vroeg. Om in nationaal verband de boel verder “dicht te timmeren”, heeft de commandeur nog een aantal noten op zijn zang. Zo streeft hij naar een netwerkachtige omgeving om het omgevingsbewustzijn te vergroten, waarin alle, door onder meer landradars, scheep- en vliegtuigsensoren gegenereerde, informatie gelijktijdig bij iedereen op het beeldscherm verschijnt. Ander speerpunt is het verdiepen van de samenwerking tussen de douane, het Recherche Samenwerkingsteam, politie, Openbaar Ministerie en Interpol. “Ik wil daarbij het principe van defence in depth creëren. Dus een samenwerking vanuit de open zee, via de territoriale wateren naar het land.” Natuurlijk wordt daarbij terdege rekening gehouden met de vele afspraken en regels die op zee en op het land van toepassing zijn. Zo gelden voor de inzet van een boarding team voor de kust heel andere voorwaarden dan voor een arrestatieteam op het eiland. “Die verschillen overbruggen we uiteraard”, sluit Lenselink af. “Om de drugs van de Antillen en Aruba te weren, moeten we wel.