door Jan Schinkelshoek
‘Met Nederlands-Indië zijn wij nog lang niet klaar’, zo reageerde de Nederlandse schrijfster Hella Haasse op de uitverkiezing van ‘Oeroeg’, haar literaire ‘eersteling’ uit de tijd van de Indonesische onafhankelijkheidsstrijd, tot leesboek van het nieuwe jaar.
Als het prikkelbare parlementaire Koninkrijksoverleg - deze week vergaderden delegaties uit Nederland, de Antillen en Aruba onder de tropenzon - iets heeft duidelijk gemaakt, is het wel dat de dekolonisatie van ‘het laatste restje tropisch Nederland’ in de West ook een ingrijpende geschiedenis is, een geschiedenis die nog lang zal doorwerken, een geschiedenis Nederland ‘nog lang niet klaar’ is.
‘Oeroeg’, het verhaal van een vriendschap tussen een Nederlandse en een Indonesische jongen, heeft puntig aan waar de crux zit: een verstoorde verstandhouding. Het is niet meer zoals het was. Het ex-moederland en de voormalige kolonie moeten na een eeuwenlange verhouding van meester tegenover knecht leren elkaar recht in de ogen te kijken. En dat is een pijnlijk proces, een proces dat alles in zich heeft om grondig mis te gaan.
Dat het koloniale verleden lang na-echoot zie je, merk je, voel je en proef je na een weekjes praten, luisteren, vergaderen en discussiëren op Curaçao en Aruba. Het trilde na tot in het Arubaanse parlementsgebouw, in Oranjestad, de plek waar het vaste, reguliere parlementaire Koninkrijksoverleg tussen Nederland, de Antillen en Aruba plaatshad.
Dat Koninkrijkstreffen is een zware bevalling geworden.
Nee, dat ligt niet eens zo zeer aan Hero Brinkman, Wilders’ wilde partijgenoot die provocatie op provocatie stapelde en met name Aruba welbewust een paar keer tot razernij bracht. Ook na zijn vertrek klaarde de lucht niet op. Misschien werd toen pas echt duidelijk hoe breed de Atlantische Oceaan is.
Het is wantrouwen dat de toon aangeeft.
In de West is men overgevoelig voor alles wat maar in de verste verten riekt naar ‘Hollandse’, koloniale bemoeizucht. Directheid is synoniem met botheid. En kritiek - nee, dan heb ik het niet over grove aantijgingen à la Brinkman - wordt snel en gemakkelijk gelijkgesteld met gebrek aan begrip en respect, twee sleutelwoorden.
Subtiel werd de Nederlandse delegatie op de laatste dag terechtgewezen door Rob Pietersz, procureur-generaal van Aruba, een Antilliaan van statuur. Hij hield de Nederlanders voor hoe belangrijk in de West de vorm, de voorkomendheid, de buitenkant is: waar een Nederland een fraai verpakt cadeau direct, bijna zonder nadenken openmaakt, zal iemand van Curacao of Aruba uit beleefdheid pas na het vertrek van de gasten het pakje openmaken. ‘Je brengt je gasten niet in verlegenheid…’
Geconfronteerd met dat soort Nederlandse horkerigheid - nee, het is veelal geen arrogantie - hebben de Antillen de neiging zich extra te laten gelden. Als het gaat om gevoelige zaken als de staatkundige toekomst, Antilliaanse probleemjongeren en goed, degelijk bestuur, valt één ding op: hoe men er op gebrand is om te laten zien dat men zich niet door ‘Den Haag’ laat regeren.
Op zijn beurt kan Nederland slecht omgaan met die Antilliaanse gevoeligheid. Waarom kan er niet zakelijk, feitelijk over problemen worden gesproken? Waar komt die weerstand vandaan? Waarom worden de goede bedoelingen toch steeds weer in twijfel getrokken?
Zo zijn Nederland, Antillen en Aruba op een glijdende schaal van argwaan, wantrouwen, irritatie en frustratie beland, een spiraal die tijdens het parlementaire Koninkrijksoverleg niet doorbroken is. Het scheelde er maar aan of het laatste restje vertrouwen was opgesoepeerd.
Hoe verder?
Een volgende keer beginnen met ‘Oeroeg’, dat boekje dat zo prachtig laat zien hoe, ondanks dekolonisatie, oude banden hun waarde blijven behouden?
===============================================
Jan Schinkelshoek, lid van de Tweede Kamer voor het CDA, maakt deel uit van een Nederlandse parlementaire delegatie die deelneemt aan het Koninkrijksoverleg op Aruba.
‘Met Nederlands-Indië zijn wij nog lang niet klaar’, zo reageerde de Nederlandse schrijfster Hella Haasse op de uitverkiezing van ‘Oeroeg’, haar literaire ‘eersteling’ uit de tijd van de Indonesische onafhankelijkheidsstrijd, tot leesboek van het nieuwe jaar.Als het prikkelbare parlementaire Koninkrijksoverleg - deze week vergaderden delegaties uit Nederland, de Antillen en Aruba onder de tropenzon - iets heeft duidelijk gemaakt, is het wel dat de dekolonisatie van ‘het laatste restje tropisch Nederland’ in de West ook een ingrijpende geschiedenis is, een geschiedenis die nog lang zal doorwerken, een geschiedenis Nederland ‘nog lang niet klaar’ is.
‘Oeroeg’, het verhaal van een vriendschap tussen een Nederlandse en een Indonesische jongen, heeft puntig aan waar de crux zit: een verstoorde verstandhouding. Het is niet meer zoals het was. Het ex-moederland en de voormalige kolonie moeten na een eeuwenlange verhouding van meester tegenover knecht leren elkaar recht in de ogen te kijken. En dat is een pijnlijk proces, een proces dat alles in zich heeft om grondig mis te gaan.
Dat het koloniale verleden lang na-echoot zie je, merk je, voel je en proef je na een weekjes praten, luisteren, vergaderen en discussiëren op Curaçao en Aruba. Het trilde na tot in het Arubaanse parlementsgebouw, in Oranjestad, de plek waar het vaste, reguliere parlementaire Koninkrijksoverleg tussen Nederland, de Antillen en Aruba plaatshad.
Dat Koninkrijkstreffen is een zware bevalling geworden.
Nee, dat ligt niet eens zo zeer aan Hero Brinkman, Wilders’ wilde partijgenoot die provocatie op provocatie stapelde en met name Aruba welbewust een paar keer tot razernij bracht. Ook na zijn vertrek klaarde de lucht niet op. Misschien werd toen pas echt duidelijk hoe breed de Atlantische Oceaan is.
Het is wantrouwen dat de toon aangeeft.
In de West is men overgevoelig voor alles wat maar in de verste verten riekt naar ‘Hollandse’, koloniale bemoeizucht. Directheid is synoniem met botheid. En kritiek - nee, dan heb ik het niet over grove aantijgingen à la Brinkman - wordt snel en gemakkelijk gelijkgesteld met gebrek aan begrip en respect, twee sleutelwoorden.
Subtiel werd de Nederlandse delegatie op de laatste dag terechtgewezen door Rob Pietersz, procureur-generaal van Aruba, een Antilliaan van statuur. Hij hield de Nederlanders voor hoe belangrijk in de West de vorm, de voorkomendheid, de buitenkant is: waar een Nederland een fraai verpakt cadeau direct, bijna zonder nadenken openmaakt, zal iemand van Curacao of Aruba uit beleefdheid pas na het vertrek van de gasten het pakje openmaken. ‘Je brengt je gasten niet in verlegenheid…’
Geconfronteerd met dat soort Nederlandse horkerigheid - nee, het is veelal geen arrogantie - hebben de Antillen de neiging zich extra te laten gelden. Als het gaat om gevoelige zaken als de staatkundige toekomst, Antilliaanse probleemjongeren en goed, degelijk bestuur, valt één ding op: hoe men er op gebrand is om te laten zien dat men zich niet door ‘Den Haag’ laat regeren.
Op zijn beurt kan Nederland slecht omgaan met die Antilliaanse gevoeligheid. Waarom kan er niet zakelijk, feitelijk over problemen worden gesproken? Waar komt die weerstand vandaan? Waarom worden de goede bedoelingen toch steeds weer in twijfel getrokken?
Zo zijn Nederland, Antillen en Aruba op een glijdende schaal van argwaan, wantrouwen, irritatie en frustratie beland, een spiraal die tijdens het parlementaire Koninkrijksoverleg niet doorbroken is. Het scheelde er maar aan of het laatste restje vertrouwen was opgesoepeerd.
Hoe verder?
Een volgende keer beginnen met ‘Oeroeg’, dat boekje dat zo prachtig laat zien hoe, ondanks dekolonisatie, oude banden hun waarde blijven behouden?
===============================================
Jan Schinkelshoek, lid van de Tweede Kamer voor het CDA, maakt deel uit van een Nederlandse parlementaire delegatie die deelneemt aan het Koninkrijksoverleg op Aruba.