'Curaçao' slaat in als een BOM

Nederlanders en Antillianen op Curacao leven langs elkaar heen. Dat is de boodschap van de documentaire-film “Curaçao”. Een film gemaakt door Sarah Vos en Sander Snoep, twee Nederlandse cineasten.

De film is op Curaçao ingeslagen als een BOM.

We leven met z'n allen langs elkaar heen en dat wordt pijnlijk duidelijk in de documentaire.

Luna Blou, het theater dat de film ‘on stage’ vertoond, heeft er nog maar wat avonden aangeplakt om alle belangstellenden gelegenheid te kunnen geven de film te zien.

Sarah en Sander duiken onder in de Nederlandse witte gemeenschap hier op Curacao (Europese Nederlanders). Deze groep, althans zoals die in de film getoond wordt lijkt weinig op te hebben met het eiland.

Wat je ziet is een Benidorm-achtige jetset, die elkaar ontmoet op feestjes, vulgair lollig en rascisitisch is en tijdens een balletje golf ongenuanceerd hun mening geeft over het eiland en de Antillianen.

Er is gekozen om vooral de wat oudere witte Nederlander te laten zien. De Nederlander die niet meer hoeft te werken, geld heeft dus, echt geld en die zijn oude dag in ledigheid vervult – zou mijn vader zeggen! Daarnaast worden er Nederlanders gefilmd, die de baas ergens van zijn: managers of trainers.

De zwarte Curaçaoënaar is in loondienst, niet de baas, over het algmeeen laaggeschoold of arm. Dat levert voorspelbare contrasten op, maar soms ook wel verrassende indrukken.

Zo wordt aan een werknemer van Albert Hein gevraagd - tijdens zijn beöordelingsgesprek – wat hij zou willen doen binnen het bedrijf als hij zelf mocht kiezen.
Het blijft dan angstig stil.
Tegen je baas zeggen dat je meer ambitie hebt is in Nederland misschien gewoon, hier kan dat uitgelegd worden als brutaal en onbeschoft. En dus blijf het stil.

De Nederlanders komen er in de film niet goed van af. Ze blijken nauwelijks idee blijken te hebben van hun eigen aandeel in de geschiedenis op het eiland.
Een verkoper van een projectontwikkelingskantoor weet zelfs te melden dat het stuk grond bij Rif Marie geen historie heeft. Ai, hij staat midden op een stuk grond waar twee eeuwen geleden een plantage heeft gestaan, waar slaven het leven lieten in dienst van hun witte baas. Pijnlijk.

Ook de zwarte Curaçaoënaar komt er slecht van af. Volgzame, timide mensen, die geen initiatief nemen. En als ze in 'hun eigen omgeving' zijn, vieren ze feest, drinken en spelen domino.

Maar het beeld dat de makers neerzetten is vooral voor witte Nederlanders confronterend. Hij wordt als 'dader' neergezet naast het zwarte 'slachtoffer' en krijgt daardoor automatisch minder of geen sympathie.

De reacties laten zich raden: van heel goed, gedurft, taboedoorbrekend tot rascistisch, manipulerend en ongenuanceerd. De kranten hebben volgestaan met reacties. Over het algemeen negatief.

De makers hebben de film helaas niet ondertiteld in het Papiaments. Wellicht dat de film dan meer sympathie krijgt. Curaçaoënaars die het Nederlands niet machtig zijn, hebben waarschijnlijk ook niet veel contact met Nederlanders. Zeker niet met de groep die in de film een hoofdrol speelt.

De film is sinds deze week te zien in Theater Rialto in Amsterdam. Elke avond om 19:15 uur.

Anousha Nzume in gesprek met Antillencorrespondent Dick Drayer (4'59")