MFK is kind aan huis bij Justitie

Foto: Èxtra
Oud-minister van Volksgezondheid op Curaçao, Jacinta Constancia is woensdag veroordeeld voor haar rol in de oplichting van de zorgverzekeraar op het eiland. Dat gebeurde tijdens haar ministerschap. Constancia moet 20 maanden de cel in en mag 5 jaar geen ministerspost bekleden.

Zij heeft in 2012 als minister opdracht gegeven om 40.000 medische mondkapjes te bestellen. Die werden meteen betaald, maar nooit geleverd. Daar was een bedrag van ruim 180.000 euro mee gemoeid. Volgens het Gerecht was het de bedoeling om veel minder mondkapjes te leveren en de rest van het geld te gebruiken om schulden van haar man te betalen.

Foto: MFK
MFK
Constancia is hiermee de derde minister uit het kabinet Schotte en vierde politicus uit de MFK-stal die in aanraking is gekomen met justitie. Vorig jaar werd Constancia trouwens ook al veroordeeld omdat ze een college in het parlement een klap had verkocht.

Schotte werd vorig jaar in hoger beroep veroordeeld voor ambtelijke corruptie en witwassen van geld. Zijn partijgenoot en toenmalig minister van Financiën, George Jamaloodin wordt verdacht in 2013 opdracht te hebben gegeven om de politicus Helmin Wiels te vermoorden. En destijds MFK-fractievoorzitter Amerigó Thodé werd veroordeeld omdat hij vertrouwelijke informatie had gelekt en verkocht aan radio Más. Het MFK-kwartet is vol.

Mondkapjes
De oplichtingszaak waar ze voor de gevangenis in moet is een ingenieus bedacht plan van haar echtgenoot die schulden had en de ministeriële positie van zijn vrouw heeft gebruikt om aan cash-geld te komen.

Aangifte
De zaak komt aan het rollen als er een bestuurswisseling plaatsvindt bij de Stichting Buro Ziektekostenvoorzieningen, BZV. Het oude bestuur schreef op 28 maart 2012 een cheque uit op naam van een bedrijf met een Chinese naam voor NAf 365.853,49. Dat bedrijf was net opgericht door de man van de minister. De volgende dag al wordt de check verzilverd. De opdracht tot levering werd gegeven in het zicht van de beëindiging van de bedrijfsactiviteiten c.q. opheffing van BZV. Er werd slechts één offerte aangevraagd.

Er is geen formeel, genotuleerd, bestuursbesluit beschikbaar voor deze aanzienlijke uitgave. ook is er geen overeenkomst opgemaakt met daarin bijvoorbeeld leverings- en betalingsvoorwaarden. Het is dan ook niet duidelijk waarom de ongebruikelijke betaling ineens direct bij ontvangst van de factuur werd gedaan.

Invloed
Minister Constancia had een pot van anderhalf miljoen gulden voor preventie zaken en kon daarmee direct de directie van BVZ aansturen. Het initiatief om mondkapjes te bestellen had betrekking op het feit dat er bezorgdheid was over de gezondheidstoestand binnen de Chinese restaurants. Door Constancia is toen het besluit genomen om mondmaskers te bestellen. Het viel onder het preventieprogramma van Volksgezondheid en volgens BZV-ers had Constancia binnen dit project heel veel inspraak en invloed. Ze kwam zelf met de naam van de leverancier.

Het bedrijf met de Chinese naam, was 14 dagen voor de betaling opgericht door een vriend van de man van Constancia. Die opende ook een bankrekening, een dag voor de check werd uitgeschreven. Die werd toen overhandigd door een beleidsmedewerkster van de minister. Die liep bijna de hele dag bij haar binnen en vertelt dat het idee van de mondkapjes ontstond bij de minister.

Opvallend is dat pas na de aanbetaling, de man van Constancia naar China vertrekt om te onderhandelen over de mondkapjes. Die moesten ook een eerbetoon worden aan de minister: Constancia wilde haar foto op de verpakking van de mondkapjes met de tekst 'Minister Sra. Jacinta Constancia, Minister di Salu, Medio ambiente i Naturalesa'.

In het parlement
Op 8 augustus laat de minister aan een tussenpersoon weten dat er minder mondkapjes nodig zijn. De fabrikant in China wordt gevraagd om de hoeveelheid in lijn te brengen met het aanbetaalde bedrag. Maar die vlieger gaat niet op. De fabrikant laat weten dat alles al is gemaakt en met de foto van Constancia op de verpakking. Aan iemand anders verkopen kan niet.

BZV en ambtenaren
Het vonnis spreekt zich ook scherp uit over de BZV-organisatie in 2012 en de ambtenaren op de ministeries die klakkeloos de minister volgen, ook als ze weten dat de wet daarmee overtreden wordt.

De toenmalige bestuursleden van BZV die voor de cheque hebben getekend zijn volgens het Gerecht bij uitstek personen die de oplichting zouden kunnen bevestigen of ontkennen. Hun verklaringen zijn echter allesbehalve duidelijk. Ze zijn inconsistent en onvolledig; hun herinnering zou hen in de steek hebben gelaten. Het Gerecht heeft de indruk gekregen dat zij het achterste van hun tong niet hebben willen laten zien om te voorkomen dat hun eigen handelen ter discussie zou (blijven) staan. Het beleid bij BZV was destijds weinig consistent. Van bestuursvergaderingen werden geen notulen opgemaakt en beslissingen werden ogenschijnlijk lichtvaardig en zonder schriftelijke verantwoording genomen.

Verklaring
Het Gerecht zegt dat de offerte aan toenmalige voorzitter van het BZV is gericht, dat de factuur door hem is getekend en door de toenmalige secretaris vervolgens is verzonden naar de afdeling financiën. De financial manager van het BZV heeft daarna de cheque getekend en in het bijzijn van de voorzitter en secretaris is uitgereikt aan de toenmalige beleidsmedewerkster van Jacinta Constancia

De verklaring van Constancia dat zij procedureel in het geheel niet betrokken is geweest bij het mondkapjestraject, vindt het Gerecht ongeloofwaardig. Als dat zo zou zijn, had het in de rede gelegen dat Constancia alarm had geslagen bij het zien van de omschrijving van het project en de daarmee gemoeide kosten. Dat heeft zij niet gedaan.

Bedrijfje
Een andere aanwijzing is dat de zus van de man van Constancia heeft verklaard dat zij in 2012 haar broer en Jacinta gevraagd is of zij interesse had om een bedrijfje op Curaçao te beginnen in verzorgingsproducten, zoals krukken en rolstoelen. Toen de zus vertelde dat ze daar geen ervaring mee had, omdat zij in de verzekeringsbranche zat, zou Jacinta hebben gezegd dat ze een vriendin bij de SVB had werken die haar zou kunnen laten weten welke producten het meest werden gebruikt en dus zouden moeten worden ingekocht.

De zus was geïnteresseerd, maar heeft ervan afgezien omdat haar broer en de minister zich nadrukkelijk met de oprichting van dat bedrijfje wilden bemoeien. Zij stelden voor dat een tussenpersoon haar zou helpen met de bestelling van de juiste goederen.

Het beeld dat hieruit voortkomt volgens het gerecht, is dat Constancia samen met haar man heeft opgetrokken om te kijken op welke wijze kan worden verdiend aan producten, die binnen de sfeer vielen van het ministerie waarvoor de minister verantwoordelijk was.

Het laat zich raden wat het belang van Jacinta Constancia is geweest. Per slot van rekening is zij op 8 maart 2012 (frappant genoeg op de dag waarop de offerte en de factuur zouden zijn opgemaakt) getrouwd met haar kersverse man, die het plan had bedacht en waar zij kennelijk in is meegegaan.

En voor zover dat niet geweest kan zijn, zegt het gerecht dat Constancia er voor gezorgd heeft of er ten minste mee heeft ingestemd dat de gebruikelijke procedures bij deze specifieke offerte opzij werden gezet.

Opzet
Voor het Gerecht staat vast dat Constancia aanvankelijk wel degelijk de intentie heeft gehad om de partij mondkapjes te leveren. Binnen een maand na het incasseren van de cheque is haar man immers naar China gegaan om te onderhandelen en als gevolg van die onderhandelingen is vervolgens ook een aanbetaling gedaan.

Maar de opzet van het plan was om welbewust een buitenproportionele hoge vergoeding te verkrijgen voor levering van de mondkapjes, wetende dat die offerte door de invloed van de minister gemakkelijk zou worden geaccepteerd

Ernst
Jacinta Constancia heeft zich, in de tijd dat zij minister van Gezondheid, Milieu en Natuur was, samen met haar echtgenoot en een vriend van haar echtgenoot schuldig gemaakt aan oplichting, aldus de Rechtbank. Zij heeft ervoor gezorgd dat haar echtgenoot en diens vriend ten koste van de gemeenschapsbelangen financieel gewin konden behalen. De minister heeft dat gedaan in een kwetsbare en spannende periode voor het land Curaçao. Zij maakte deel uit van de eerste regering, sinds Curaçao werd uitgeroepen tot zelfstandig land binnen het Koninkrijk der Nederlanden.

Vele burgers hadden er vertrouwen in dat Curaçao als autonoom land een goed functionerende democratische rechtsstaat zou zijn, anderen waren daar minder gerust op. Dit legde een zware verantwoordelijkheid op de schouders van de politici die op dat moment de koers van Curaçao moesten gaan bepalen. Zij moesten laten zien dat het algemeen belang en het vertrouwen van de burgers bij hen in goede handen waren.

Constancia heeft echter het tegenovergestelde gedaan door het in haar gestelde vertrouwen ernstig te beschamen, zegt het Gerecht en rekent haar dat handelen zwaar aan. Ze heeft er bovendien voor gekozen de verantwoordelijkheid voor haar handelen niet op zich te nemen en heeft evenmin spijt getoond. Integendeel zelfs: zij heeft een ander, haar voormalige beleidsmedewerkster, beschuldigd om zelf buiten schot te blijven.

Straf
Voor wat betreft de hoogte van een onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming, die de recht passend vindt,  heeft het Gerecht aansluiting gezocht straftoemeting die in Nederland voor fraudezaken zijn geformuleerd en die grosso modo overeenkomen met de in Curaçao voor oplichting opgelegde straffen. De gemiddelde indicatie daarvoor is 11 maanden.

Aanmerkelijk strafverhogend is in het geval van Jacinta misbruik heeft gemaakt van haar positie als minister en dat daardoor gemeenschapsgelden zijn verkwist. Als strafverhogende omstandigheid geldt ook dat zij haar verantwoordelijkheid heeft geprobeerd af te schuiven op een ander.

Het Gerecht vindt een straf van 22 maanden toepasbaar, maar trekt daar 2 maanden vanaf omdat er sprake is van een schending van het recht van de verdachte op berechting binnen een redelijke termijn, zoals bedoeld in artikel 6 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM).

Het Gerecht is van oordeel dat de overschrijding van de redelijke termijn in dit geval tot strafvermindering moet leiden, in die zin dat de gevangenisstraf met 2 maanden moet worden verlaagd. Dat betekent dat het Gerecht de verdachte veroordeelt tot een gevangenisstraf voor de duur van 20 maanden.

Bovendien vindt het Gerecht net als de officier van justitie, dat er een bijkomende straf moet worden opgelegd. Namelijk de ontzetting uit het recht om het ambt van minister te bekleden. De reden daarvoor is dat Constancia het in haar als minister gestelde vertrouwen ernstig heeft geschonden en haar ambt daardoor in diskrediet heeft gebracht, terwijl zij nog altijd niet tot inkeer is gekomen. Vijf jaar is daarom passend.

-------------
lees hier alle vonnissen in deze zaak:

Strafvonnis_Dubnium_verdachte_Constancia.pdf
Strafvonnis_Dubnium_verdachte_Man van Constancia.pdf
Strafvonnis_Dubnium_verdachte_ambtenaar.pdf
- Strafvonnis_Dubnium_verdachte_medewerker.pdf