Curaçaose minister in de fout met goklicenties

 


WILLEMSTAD - Haastige spoed is zelden goed, luidt het bekende spreekwoord en de minister van Financiën van Curaçao, Javier Silvania, heeft haast met de nieuwe gokwet. Grote haast. De Landsverordening Online Kansspelen, waar jaren aan gewerkt zou zijn, moeten wat hem betreft in een paar weken van advies worden voorzien door de verschillende adviesraden en dan moet de horde, die parlement heet in een paar weken worden genomen. Parlementariers zitten op enkele uitzonderingen na, toch al in de tas van hun regering.

Waarom Silvania zoveel haast heeft, is niet helemaal duidelijk, of het zouden de dollartekens in zijn ogen moeten zijn, die de opbrangsten van uitvoering van de nieuwe wet moet genereren voor 's lands begroting.

Wie weet hoeveel miljarden er nu in de sector omgaan, haalt zijn schouders op over de geschetste veertig miljoen die Silvania denkt binnen te halen. Of zijn er andere geldstromen mee gemoeid?

De haast van de minister leidt in ieder geval tot het maken van ernstige fouten. Fouten die ook door zijn voorgangers op Justitie werden gemaakt, al sinds 2008. Ik schreef daar eerder over.

Maar dit keer doet de minister niet eens de moeite om het stiekum te doen. Hij verlengd alle goklicenties via de Gaming Control Board (GCB), ondanks dat dit juridisch niet toelaatbaar is. Zeker als het niet alleen om de enige vijf originele masterlicentiehouders gaat, maar ook de illegale sublicenties, die niet eens door de overheid zijn uitegegeven.

Amigoe, zaterdag 13 januari 2024

Volgens de gokwet uit 1993, die nog steeds van kracht is, moeten de uitgifte en verlenging van gokvergunningen geregeld worden via een Landsbesluit. Alleen door goedkeuring van de gouverneur (lees: ministerraad), na wettelijk verplichte publicatie in de Landscourant zijn deze vergunningen rechtsgeldig.

Door dit te mandateren aan de Gaming Control Board, en dus zonder Landsbesluit te regelen, handelt de minister in strijd met de originele nog steeds geldende gokwet uit 1993, de Landsverordening Buitengaatse Hazardspelen. 

Het is geoorloofd bestuurlijke bevoegdheden te mandateren. Maar dat mag alleen niet als de aard van de bevoegdheid zich daartegen verzet. Wat dat concreet inhoudt hangt af van vele factoren, bijv als sprake is van een zeer gevoelige kwestie waardoor het juist de bedoeling is geweest dan de regering als geheel beslist. En daarvan is hier sprake. Vergelijk Sint Maarten waar de besluitvorming juist niet bij de gouverneur, maar bij de minister van Ecoonomische Zaken is belegd.

LOK

De nieuwe Landsverordening op Kansspelen (LOK), is in de maak. De conceptversie van deze wet ontving stevige kritiek van de Sociaal Economische Raad en de Raad van Advies (RvA), waarbij geadviseerd is de wet terug te sturen naar de tekentafel: De haastige minister van Financiën moet zijn huiswerk opnieuw doen.

De RvA heeft de regering zelfs geadviseerd het ontwerp niet naar de Staten te sturen, voornamelijk omdat de wet niet in overeenstemming is met artikel 111 van de staatsregeling van Curaçao. Dit komt mede door de oprichting van de nieuwe toezichthouder, de Curaçaose Gaming Authority (CGA), die in de huidige vorm niet onafhankelijk is.

De LOK-wet, die recent ook veel kritiek kreeg tijdens een commissievergadering van de Staten, en de oude gokwet uit 1993, die geen onderscheid maakt tussen masterlicenties en sublicenties, zijn beide onderwerp van discussie.

Zoals ik eerder al schreef hebben verschillende bewindslieden vanaf 2008 niet de juiste procedures gevolgd bij het verlengen van de vijf nog bestaande gokvergunningen, de zogenaamde masterlicenties, wat hun rechtsgeldigheid betwistbaar maakt. De rechter heeft in meerdere vonnissen aangegeven dat de praktijk van het uitgeven van sublicenties door de vergunninghouders plausibel in strijd is met de geest van de gokwet uit 1993.

Daarbij heeft het Hof in Willemstad aangegeven, zoals hierboven te lezen is, dat de praktijk waarbij vergunninghouders vele sublicenties uitgeven met een wereldwijd bereik en enorme omzet, zonder adequaat toezicht van de vergunninghouders of de overheid, moeilijk te rijmen is met enig legitiem doel van de huidige wet.

Ondanks deze kritieken, heeft minister Silvania de mogelijkheid geschapen voor huidige aanbieders om maximaal een jaar door te gaan onder hun niet door de overheid uitgegeven sublicentie bij een van de masterlicentiehouders, een proces dat juridisch gezien geen grondslag heeft.

Silvania houdt in de media vol dat het huidige proces van licentieverlenging door de GCB onder de oude wetgeving ongewijzigd blijft, hoewel de oude wetgeving die mogelijkheid niet eens biedt.

Blacklist

Wat analisten zorgen baart is dat het hele proces dat nu is ingezet - totdat de LOK eventueel wordt aangenomen - nog steeds de identiteit van de ultimate beneficiairies (ubo's) en geldstromen verhult, wat cruciaal is voor het ontmantelen van de huidige praktijk van master- en sublicenties.

In verband met de komende doorlichting door de Caribbean Financial Action Task Force is het volgens de Raad van Advies noodzakelijk dat Curaçao voldoet aan de recent bijgewerkte internationale normen en aanbevelingen van de Financial Action Task Force en om de maatregelen ter bestrijding van witwassen, het financieren van terrorisme en proliferatie aan te scherpen.

Curaçao loopt volgens analisten kans om door de Task force geblacklist te worden, gezien de huidige situatie waarin onbekende ultimate beneficiaries (ubo's) nog steeds vrij spel hebben. Deze ubo's worden niet gehinderd door enig toezicht door de Curaçaose overheid.

Sterker, zij lijken nu ondersteuning te krijgen van de minister van Financiën, die op de hoogte is van de onrechtmatigheid van verlengde vergunningen. Desondanks worden deze vergunningen opnieuw verlengd via een gedelegeerde constructie die geen wettelijke basis heeft.

Dit bestendigen van een dergelijke situatie, waarin de regelgeving rondom financiële transparantie en toezicht niet adequaat wordt nageleefd, kan ernstige gevolgen hebben voor de internationale reputatie en financiële integriteit van Curaçao.