ORANJESTAD – Veertig jaar na de Status Aparte is Aruba volgens antropoloog en historicus Luc Alofs een land dat zich opvallend goed heeft ontwikkeld, maar tegelijkertijd tegen de grenzen van dat succes aanloopt. “We hebben ons uit een diepe economische crisis weten te redden,” zegt hij. “Maar nu dreigen we bijna kapot te gaan aan ons eigen succes.”
Alofs, verbonden aan de Universiteit van Aruba en het Aruba Institute for Good Governance and Leadership, ziet in de afgelopen vier decennia een duidelijke lijn: van opbouw naar een fase waarin het eiland moet consolideren en bijsturen. “Het huis dat gebouwd is, staat,” zegt hij. “Maar nu moet je het versterken.”
Van afgrond naar groei
Toen Aruba in 1986 een aparte status kreeg, verkeerde het eiland volgens Alofs in een existentiële crisis. “In 1985 was het één grote paniek. De Lago sloot, het eiland stond economisch aan de afgrond.”
Dat Aruba zich daaruit heeft weten te herstellen, noemt hij het grootste succes van de Status Aparte. “Het feit dat we ons uit die afgrond hebben kunnen redden, komt doordat we die autonomie hadden.”
Die autonomie werd benut door de economie open te stellen voor buitenlandse investeerders. “We hebben een open sky-beleid gevoerd: laat investeerders maar komen. En dat heeft gewerkt.”
De keerzijde van succes
Maar waar die open houding eerst de redding was, is die volgens Alofs nu een risico geworden. “We zijn vergeten de deur op tijd weer dicht te doen.” Het gevolg is een economie die zwaar leunt op toerisme en waarin groei nauwelijks nog wordt afgeremd. “We zitten nu met overtouristification, met alle gevolgen van dien.”
Volgens hem is het probleem niet dat de politiek het niet ziet, maar dat ingrijpen moeilijk blijkt. “Misschien wordt het met de mond wel erkend, maar in de praktijk lukt het niet om die rem erop te krijgen.” Zelfs als grote projecten worden afgeremd, ontstaat er nieuwe groei via andere kanalen. “Je houdt een paar grote hotels tegen, maar dan komen alle kleine initiatieven – zoals Airbnb – als mieren door de kieren.”
Economie groeit, ongelijkheid blijft
Naast toerisme wijst Alofs op een ander hardnekkig probleem: sociale ongelijkheid. Hoewel Aruba relatief welvarend is, is die welvaart volgens hem ongelijk verdeeld.
“Je hoeft op Aruba niet dood te gaan van de honger,” zegt hij. “Maar er zijn wel te veel mensen die onder het bestaansminimum leven.” Die ongelijkheid blijft vaak uit beeld, maar is volgens hem zichtbaar voor wie goed kijkt. “Op scholen en in wijken zie je die armoede nog steeds.”
De kern van het probleem ligt volgens Alofs bij de rol van de overheid. “Regeren is geld verdelen. En daar is te weinig gedaan.” De gevolgen zijn ook sociaal zichtbaar. “Gezinnen moeten met twee inkomens werken, waardoor kinderen soms in de knel komen.” Hij verwijst naar schrijnende incidenten in het verleden die volgens hem laten zien dat het sociale vangnet niet altijd voldoende functioneert.
Relatie met Nederland blijft scheef
Een ander terugkerend thema in het werk van Alofs is de verhouding binnen het Koninkrijk. Die noemt hij fundamenteel ongelijk. “De preambule van het Statuut zegt dat we gelijk zijn, maar de rest van het Statuut laat zien dat dat niet zo is.”
Volgens hem neemt Nederland in de praktijk nog altijd de regie. “Nederland komt maar niet uit die regiestoel.” Dat leidt tot spanningen, omdat beleid niet altijd aansluit bij de lokale context. “Nederland heeft vaak de kennis, maar niet altijd het gevoel voor hoe dingen hier werken.”
Tegelijkertijd spaart hij Aruba zelf niet. “Ik ben net zo kritisch naar de eilanden. We hebben ook kansen laten liggen.” Volgens hem is het samenspel van Nederlandse dominantie en lokaal falen zichtbaar in recente ontwikkelingen. “De landspakketten nemen over wat wij zelf hadden moeten doen.”
Geen alternatief, wel verandering nodig
Ondanks die kritiek ziet Alofs geen alternatief voor de huidige staatsrechtelijke constructie. “Er is geen ander model. Het huis staat.” De oplossing ligt volgens hem niet in meer afstand, maar juist in betere samenwerking. “Je moet naar meer synergie, meer samenwerking binnen het Koninkrijk.”
Daarbij moeten burgers centraler komen te staan. “Het Koninkrijk moet werken voor de mensen. Als dat niet zo is, haken ze af.” Ook pleit hij voor meer inspraak en betere informatievoorziening. “Goede journalistiek en samenwerking zijn essentieel om het systeem te laten functioneren.”
Tussen mijlpaal en uitdaging
In zijn epiloog bij het boek over veertig jaar Status Aparte beschrijft Alofs Aruba als een land dat zich opmerkelijk heeft ontwikkeld, ondanks zijn kwetsbare positie als kleine eilandstaat. Tegelijkertijd wijst hij op de voortdurende invloed van externe schokken en interne keuzes.
Die combinatie van vooruitgang en kwetsbaarheid maakt dat Aruba volgens hem nog lang niet ‘af’ is. Het eiland beweegt zich, net als in de titel van het boek van Gomez, tussen voortgang en stilstand.
Of zoals Alofs het zelf samenvat: Aruba heeft bewezen dat het kan opbouwen, maar staat nu voor de moeilijkere opgave om die groei in goede banen te leiden.
