ORANJESTAD – Veertig jaar na de invoering van de Status Aparte kijkt jurist Lincoln Gomez met gemengde gevoelens naar de ontwikkeling van Aruba. “Het eiland heeft zich volgens hem indrukwekkend ontwikkeld, maar loopt nu tegen de grenzen van dat succes aan en moet keuzes maken over hoe het verder wil groeien.”
Gomez is initiatiefnemer van het boek 40 jaar Status Aparte – tussen voortgaan en stilstaan, waarin auteurs uit verschillende generaties en eilanden terugblikken én vooruitkijken. Het idee ontstond vorig jaar, toen hij zich realiseerde dat de datum naderde. “Ik dacht: 1 januari 2026, dat is 40 jaar later. Dat kun je niet zomaar voorbij laten gaan. Je moet even stilstaan en nadenken.”
In het boek komen ook jonge Arubanen aan het woord die de invoering van de Status Aparte zelf nooit hebben meegemaakt. Gomez noemt hen “post-status aparte baby’s”. Zij kijken anders naar die geschiedenis. “Wij hebben die status geërfd, maar wat betekent dat eigenlijk nog – en wat betekent het straks voor de volgende generatie?”
Van frustratie naar zelfstandigheid
Om te begrijpen waarom Aruba in 1986 een eigen land werd, moet je volgens Gomez terug naar het dagelijks bestuur van toen. “Het idee was dat alles in Curaçao werd beslist en dat het geld daar naartoe ging, waarna daar werd bepaald wat er terugkwam.”
Dat werkte door tot op het kleinste niveau. Hij herinnert zich hoe zelfs een simpele typemachine niet lokaal kon worden geregeld. “We hadden er een nodig, dus moest je een briefje naar Curaçao sturen. En dan kreeg je later een tweedehands terug, terwijl in Willemstad een nieuwe werd gekocht.”
Het zijn dit soort ervaringen die het gevoel voedden dat Aruba onvoldoende controle had over zijn eigen ontwikkeling. “De wens was om op eigen voeten te staan. Niet per se weg van Nederland, maar weg uit die structuur.”
Beginnen in een crisis
De overgang naar zelfstandigheid kwam op het slechtst denkbare moment. In 1985 sloot de Lago-raffinaderij, jarenlang de economische motor van het eiland. De inkomsten vielen weg, precies toen Aruba zelf verantwoordelijk werd.
“Dat is dramatisch als je als land probeert te starten,” zegt Gomez. “Je moest op nul beginnen.”
En dat was letterlijk zo. Aruba moest in korte tijd alles opbouwen wat een land nodig heeft: een overheid, wetten, belastinginning, infrastructuur en een economie. Maar er was nauwelijks geld en weinig middelen. “We hadden geen geld. Je moest belasting gaan innen, maar er waren geen systemen, geen computers.”
Zelfs communicatie was niet vanzelfsprekend. “We moesten een eigen satellietschotel kopen, zodat we konden communiceren.” Het zijn voorbeelden die laten zien hoe basaal de opgave was: een land bouwen vanaf de grond, zonder vangnet.
Toerisme als redding – en risico
Om de economie op gang te brengen, werd een duidelijke keuze gemaakt: toerisme. “Dat was de enige manier om dollars binnen te krijgen,” zegt Gomez.
Die strategie werkte. Hotels verrezen, investeerders kwamen en het eiland groeide. Maar veertig jaar later ziet Gomez ook de keerzijde. “We zijn blijven groeien, groeien, groeien. Maar er zit een grens aan.”
Die grens is inmiddels zichtbaar. “Als ik naar de stad moet en er liggen drie cruiseschepen, dan blijf ik liever in het noorden, want het verkeer staat stil,” zegt hij.
Ook natuur en leefomgeving staan onder druk. “In het nationaal park worden dingen vernield en je ziet erosie door het overmatig gebruik.”
Volgens Gomez is het tijd voor keuzes. “Je moet op een gegeven moment durven zeggen: dit is genoeg. Cruise-toeristen laten weinig achter in de economie, maar ze belasten wel de infrastructuur.”
Een nieuwe generatie
Tegelijkertijd ziet Gomez duidelijke vooruitgang. Vooral in de ontwikkeling van mensen. “Het human capital van Aruba is enorm gegroeid in die 40 jaar,” zegt hij.
Waar het eiland in de jaren tachtig nog afhankelijk was van een kleine groep opgeleiden, is er nu een brede generatie professionals. “Je hebt veel meer goed en hoog opgeleide mensen, en die willen ook terugkomen en bijdragen.”
Maar daarmee is het werk niet af. “In de ruimste zin zijn we nog steeds aan het bouwen.”
Bestuur onder druk
Naast economische en ecologische vraagstukken wijst Gomez ook op structurele problemen in het bestuur. Het ambtenarenapparaat is volgens hem in de loop der jaren gegroeid, maar niet noodzakelijk effectiever geworden. “Ons ambtenarenapparaat is gegroeid, helaas door politieke benoemingen,” zegt hij. “Maar het output is minimaal.”
Volgens Gomez ligt het probleem niet alleen in omvang, maar ook in houding en werkwijze. “Er wordt vooral gezegd wat niet kan, maar er worden te weinig oplossingen aangedragen. We zouden het wel zo kunnen doen, dat hoor je te weinig.”
Ook nepotisme en politieke benoemingen spelen volgens hem al langer een rol. “Dat gaat terug tot vroeger, maar je ziet het nu in veel meer functies terug.” Tegelijkertijd benadrukt hij dat het systeem ook corrigerend kan werken. “Er zijn wel degelijk veroordelingen geweest van ambtenaren, tot aan de Hoge Raad toe.”
Volgens Gomez laat dat zien dat de rechtsstaat functioneert, maar dat het onderliggende probleem daarmee niet is opgelost en blijvend aandacht vraagt.
Tussen trots en twijfel
Veertig jaar Status Aparte is daarmee volgens Gomez geen eindpunt, maar een moment van reflectie. Aruba heeft laten zien dat het in staat is een land op te bouwen onder moeilijke omstandigheden. Tegelijkertijd dwingen nieuwe uitdagingen – van toerisme tot bestuur – tot herbezinning.
Of zoals de ondertitel van zijn boek het samenvat: het eiland beweegt zich nog altijd “tussen voortgaan en stilstaan.”
