Soms begint een bijzonder project met iets dat je jaren eerder hebt gedaan. In mijn geval was dat een reportage over prostitutie in het Caribisch gebied, The Curaçao Model, die ik maakte voor de Jamaicaanse journaliste Zahra Burton. We hielden contact en jaren later kreeg ik ineens een bericht: een Australische redactie zocht iemand die Curaçao kende, verhalen kon vinden en de juiste deuren wist te openen. Zahra had mijn naam genoemd.
Zo werd ik local producer voor een documentaire van SBS Dateline, de actualiteitenrubriek van de Australische publieke omroep.
Producent Stephen Birch had een fascinerend uitgangspunt bedacht. Hoe kan het kleinste land ooit dat zich plaatste voor een FIFA-wereldkampioenschap zo’n prestatie leveren, terwijl slechts één speler daadwerkelijk op Curaçao is geboren? Maar al tijdens onze eerste gesprekken werd duidelijk dat dit geen voetbalfilm moest worden.
Samen met Stephen en presentator Darren Mara zochten we naar een verhaal dat Australiërs zou laten zien wat Curaçao werkelijk is: een eiland met een ingewikkelde geschiedenis, een sterke diaspora, vragen over identiteit en kansen, maar ook met een enorme veerkracht.
Tien dagen lang reden Darren, cameraman Jordan Osborne en ik over het eiland. We zochten niet alleen locaties, maar vooral mensen die het verhaal konden dragen.
Brenton Balentien, beter bekend als Captain Blueface, liet zien hoe voetbal een heel eiland kan verbinden. Inchi Witteveen vertelde eerlijk over de complexe verhouding met Nederland. Nicole van Human Rights Defense Curaçao gaf context aan de maatschappelijke uitdagingen. Deki van Radulphus liet zien hoeveel talent er op onze scholen rondloopt.
En dan was er Braveny Herrera. Een jongen met een droom om profvoetballer te worden, maar die net zo makkelijk zegt later samen met zijn vader Fabian op de vrachtwagen te willen werken. Juist die combinatie van ambitie en realisme maakt Curaçao zo herkenbaar.
Tourgids Nigel nam Darren mee langs de geschiedenis van slavernij, kolonialisme en identiteit. En voormalig bondscoach Remko Bicentini liet tijdens het Kinder-WK misschien wel het mooiste zien wat sport kan doen: kinderen laten geloven dat een onmogelijke droom tóch bereikbaar is.
Dat laatste raakte mij misschien nog wel het meest.
Als journalist vertel ik al jaren verhalen over Curaçao. Vaak gaan die over problemen: armoede, onderwijs, zorg of politiek. Maar deze documentaire laat zien dat juist achter die uitdagingen een samenleving schuilgaat die ongelooflijk veel talent, trots en doorzettingsvermogen bezit.
Toen ik de uiteindelijke montage zag, voelde ik vooral trots. Niet omdat ik eraan had meegewerkt, maar omdat ik Curaçao herkende. Geen toeristische ansichtkaart en ook geen verzameling clichés, maar een eerlijk en genuanceerd portret van een eiland waar mensen dromen, vertrekken, terugkeren, worstelen en bovenal blijven geloven in mogelijkheden.
Producent Stephen Birch schreef dat hij een documentaire wilde maken over een voetbalwonder. Volgens mij is hij daarin geslaagd.
Maar uiteindelijk gaat de film over iets veel groters.
Over de vraag wat het betekent om Curaçaoënaar te zijn, nu, aan de vooravond van het podium dat Curaçao betreedt om zichzelf aan de wereld te tonen. Hoe mooi is dat!
