De Curaçaose stroomcrisis uitgelegd


WILLEMSTAD – De stroomproblemen waarmee Curaçao deze maand opnieuw werd geconfronteerd, zijn niet alleen het gevolg van vier defecte productiemachines en tegenvallende wind. Achter de acute problemen ligt een fundamentelere kwestie: de groei van de elektriciteitsvraag is de afgelopen jaren sneller gegaan dan de uitbreiding van de betrouwbare productiecapaciteit. Aqualectra onderkende dat probleem al in 2023, maar de nieuwe centrale die extra ruimte moet creëren, is nog altijd in aanbouw.

Op papier beschikt Curaçao over veel meer productiecapaciteit dan het eiland op een gemiddelde dag nodig heeft. Aqualectra heeft ongeveer 150 megawatt aan conventionele, voornamelijk dieselgestookte capaciteit, daarnaast staat ongeveer 70 megawatt aan windvermogen opgesteld en beschikt het nutsbedrijf over een batterij-installatie van 25 megawatt.

Maar die vermogens kunnen niet simpelweg bij elkaar worden opgeteld.

De windmolens leveren alleen wanneer het voldoende waait. Volgens Aqualectra kan de productie van de 70 megawatt aan opgesteld windvermogen bij weinig wind dalen tot minder dan 10 megawatt. De batterijen kunnen zo'n plotseling tekort tijdelijk opvangen, maar zijn geen elektriciteitscentrale: wanneer de opgeslagen energie is verbruikt, moeten ze opnieuw worden opgeladen. Het huidige BESS heeft een vermogen van 25 megawatt en een opslagcapaciteit van 45 megawattuur.

Daarmee wordt het onderscheid belangrijk tussen opgesteld vermogen en wat in de energiesector firm capacity wordt genoemd: capaciteit waarvan de netbeheerder redelijkerwijs kan verwachten dat die beschikbaar is wanneer de vraag het hoogst is.

Article content
Het servicecentrum van Aqualectra in winkelcentrum Sambil

Krappe reserve

Juist daar zit op dit moment het probleem.

De maximale elektriciteitsvraag op warme dagen kan volgens Aqualectra oplopen tot ongeveer 140 megawatt. Wanneer alle conventionele machines functioneren, is daar ongeveer 150 megawatt tegenover beschikbaar. Directeur Neysa Isenia omschreef die verhouding vorige week zelf als „kielekiele”. De theoretische marge bedraagt dus slechts ongeveer 10 megawatt.

Dat betekent dat ook in een situatie waarin alle machines beschikbaar zijn, weinig ruimte bestaat voor een grotere storing, onverwacht onderhoud of verdere groei van de vraag zonder een bijdrage van windenergie.

Die kwetsbaarheid werd deze maand zichtbaar. Vier conventionele machines zijn buiten bedrijf, waardoor volgens Isenia nog ongeveer 100 megawatt conventionele capaciteit beschikbaar is. Als de vraag richting 140 megawatt gaat, moet het verschil dus worden geleverd door windenergie en tijdelijk door de batterijen. Valt de wind grotendeels weg, dan ontstaat een tekort en resteert uiteindelijk alleen het afschakelen van klanten.

Dat is in essentie het scenario waarvoor energiedeskundige Karel Tejahut mij eerder waarschuwde. Windenergie kan een belangrijk deel van de elektriciteitsproductie leveren en brandstof besparen, maar het geïnstalleerde windvermogen kan niet één op één worden beschouwd als gegarandeerde productiecapaciteit. Naarmate meer variabele energie aan het systeem wordt toegevoegd, wordt voldoende reservecapaciteit, opslag en regelbaar vermogen belangrijker.

De vraag is daarom niet of windenergie „de schuld” heeft van de huidige stroomproblemen. De relevante vraag is of er voldoende betrouwbare achtervang is wanneer de wind wegvalt.

Probleem was al bekend

Dat de capaciteit onder druk kwam te staan, was niet onverwacht.

In het jaarverslag over 2023 schreef Aqualectra zelf dat het bedrijf problemen ondervond met de beschikbare geïnstalleerde capaciteit en de productiemix, omdat de elektriciteitsvraag als gevolg van de economische groei sneller was gestegen dan eerder geraamd. Juist daarom werd een strategisch investeringsplan opgesteld, met onder andere batterijopslag en een nieuwe elektriciteitscentrale.

De groei zette daarna door. In 2024 steeg de hoeveelheid verkochte elektriciteit van ongeveer 655.000 naar bijna 736.000 megawattuur, een toename van ongeveer 12 procent in één jaar.

Aqualectra zegt inmiddels zelf dat de elektriciteitsvraag in de afgelopen twee tot drie jaar veel sneller is gegroeid dan de productiecapaciteit. Het bedrijf wijst daarbij op de sterke economische en toeristische groei, nieuwbouw, hogere temperaturen en verdere elektrificatie van de samenleving.

De investeringen die dat probleem moesten oplossen, kwamen wel op gang. In 2024 tekende Aqualectra contracten voor zowel een groot batterijopslagsysteem als de nieuwe Salu Power Plant van 40 megawatt. De batterij is inmiddels in gebruik. De centrale nog niet.

Article content
Batterijpark Aqualectra

Planning schoof op

Opvallend is dat de opleverdatum van Salu in de afgelopen anderhalf jaar verschillende keren is verschoven.

In het financieringsprospectus van Aqualectra uit 2025 stond dat de bouw begin 2025 zou beginnen, dat de centrale eind 2025 in bedrijf zou worden gesteld en dat de definitieve overdracht begin 2026 zou plaatsvinden.

Later meldde Aqualectra publiekelijk dat de centrale in augustus 2026 gereed en operationeel moest zijn. Daarbij werd expliciet gezegd dat de extra 40 megawatt niet alleen nodig was voor de groeiende vraag, maar ook ruimte zou bieden om andere machines regulier uit bedrijf te nemen voor onderhoud.

Die datum is eveneens niet gehaald.

In het jaarverslag over 2025 werd vervolgens eind 2026 als nieuwe termijn genoemd. Isenia zei vorige week dat Aqualectra nu verwacht dat Salu in december operationeel wordt.

Dat uitstel is relevant voor de huidige crisis. Als de 40 megawatt van Salu nu beschikbaar zou zijn, zou Aqualectra volgens zijn eigen berekeningen over ongeveer 190 megawatt conventionele capaciteit beschikken. Daarmee zou de huidige piekvraag van 140 megawatt ook zonder wind kunnen worden gedekt en zou aanzienlijk meer ruimte ontstaan voor onderhoud en onverwachte storingen.

Article content
Controlecentrum Aqualectra

Vier machines tegelijk uit bedrijf

Daar staat tegenover dat Aqualectra deze zomer met een uitzonderlijke technische tegenvaller wordt geconfronteerd.

Volgens technisch directeur Rudolf Garmes begon het probleem al in december 2025, toen een machine van Dokweg II zwaar beschadigd raakte. Onderzoek zou hebben uitgewezen dat onderdelen die tijdens eerder onderhoud waren gebruikt en door de fabrikant waren voorgeschreven, tot de schade hebben geleid. Omdat dezelfde onderdelen bij drie andere machines waren gebruikt, kwamen uiteindelijk vier eenheden buiten bedrijf.

Volgens de uitleg van Aqualectra is het bedrijf zelf daarvoor niet verantwoordelijk en heeft de verzekering van de fabrikant bijna 20 miljoen gulden aan schade uitgekeerd. De acht eenheden van Dokweg II zijn gezamenlijk goed voor ongeveer 75 megawatt; door de problemen is een aanzienlijk deel daarvan momenteel niet inzetbaar.

De defecten zelf waren dus volgens Aqualectra niet te voorzien.

Maar daarmee blijft een andere vraag overeind: hoeveel gelijktijdige uitval moet een elektriciteitssysteem kunnen opvangen zonder klanten af te schakelen?

Wanneer tegenover een mogelijke piekvraag van 140 megawatt slechts 150 megawatt aan conventionele capaciteit staat, is de structurele reservemarge klein. Het systeem functioneert dan goed zolang de machines beschikbaar zijn en de wind voldoende bijdraagt, maar wordt kwetsbaar zodra verschillende tegenvallers tegelijkertijd optreden.

Precies dat gebeurde deze maand.

Batterij is buffer, geen centrale

Ook de nieuwe batterij-installatie verandert dat fundamentele verschil niet.

BESS is juist bedoeld om snelle veranderingen in windproductie op te vangen, het elektriciteitsnet stabiel te houden en hernieuwbare energie beter te benutten. Dat systeem heeft tijdens de recente problemen ook gedaan waarvoor het is gebouwd. Toen de wind plotseling terugviel, sprongen de batterijen bij.

Maar een batterij produceert geen energie. De opgeslagen elektriciteit raakt op.

Dat werd op 18 augustus zichtbaar. Nadat de batterijen in de nacht waren gebruikt om het productietekort op te vangen, stond er onvoldoende wind om ze opnieuw volledig op te laden. Aqualectra moest daardoor 's ochtends opnieuw wijken afschakelen.

Het onderscheid dat Tejahut eerder maakte, is daarmee actueler dan ooit: meer wind- en zonne-energie kan de hoeveelheid fossiele elektriciteit sterk verminderen, maar zolang voldoende langdurige opslag of andere regelbare bronnen ontbreken, blijft daarnaast betrouwbare productiecapaciteit nodig.

Article content
Premier Pisas en technisch directeur Rudolf Garmes vieren spantenbier bij het bereiken van het hoogste punt van de Salu-centrale

Noodmaatregelen

Aqualectra probeert de periode tot het herstel van de eigen machines en de ingebruikname van Salu nu te overbruggen.

Het bedrijf werkt met buitenlandse technische teams aan de defecte eenheden. Voor de zwaarst beschadigde machine wordt begin september een belangrijk onderdeel verwacht. Daarnaast probeert Aqualectra samen met overheidsbedrijf 2Bays een bestaande gasturbine op het voormalige raffinaderijterrein opnieuw beschikbaar te krijgen als tijdelijke extra productiecapaciteit.

Aqualectra verwacht dat de situatie stapsgewijs verbetert wanneer machines terugkeren. Technisch directeur Garmes heeft gezegd dat volgens de huidige planning in oktober weer voldoende betrouwbare capaciteit beschikbaar moet zijn.

De structurele verruiming moet echter van Salu komen.

Met die centrale stijgt het conventionele vermogen naar ongeveer 190 megawatt. De extra 40 megawatt is daarmee niet alleen bedoeld om méér elektriciteit te produceren. Minstens zo belangrijk is de reservemarge die ontstaat om een machine buiten bedrijf te nemen voor onderhoud zonder onmiddellijk afhankelijk te worden van de wind.

Van energietransitie naar capaciteitsvraag

De stroomcrisis van augustus maakt daarmee zichtbaar dat de discussie over de Curaçaose energietransitie niet alleen kan gaan over hoeveel megawatt aan wind, zon en batterijen wordt bijgeplaatst.

Voor de leveringszekerheid is minstens zo belangrijk hoeveel vermogen werkelijk gegarandeerd beschikbaar is op het moment dat de vraag maximaal is.

Aqualectra heeft de afgelopen jaren honderden miljoenen guldens geïnvesteerd in windenergie, batterijopslag, netverzwaring en nieuwe conventionele productie. De koers om meer hernieuwbare energie toe te voegen, staat daardoor niet noodzakelijk ter discussie.

Wel roept de huidige crisis vragen op over de timing.

Het bedrijf stelde immers al in 2023 vast dat de vraag sneller groeide dan voorzien. De nieuwe 40 megawatt moest aanvankelijk begin 2026 beschikbaar zijn en later in augustus, maar wordt nu pas voor december verwacht. Tegelijkertijd bedroeg de maximale conventionele capaciteit vóór de huidige defecten slechts ongeveer 10 megawatt meer dan de huidige piekvraag.

Daarmee gaat de discussie uiteindelijk minder over de vraag of Curaçao te veel windmolens heeft, en meer over een andere kwestie: is de betrouwbare productiecapaciteit snel genoeg meegegroeid met een ontwikkeling waarvan Aqualectra zelf al enkele jaren wist dat die sneller ging dan verwacht?

Aqualectra heeft aanvullende vragen van mij over onder meer de gehanteerde reservemarge, de verschuiving van de planning van Salu en de verhouding tussen verwachte vraaggroei en geplande productiecapaciteit nog niet beantwoord.