zondag 4 mei 2014

Voor een Mustang door het vuur

De legendarische Ford Mustang moet ooit ontworpen zijn voor Carlos Nicolaas. De gepensioneerde autoliefhebber staat met stok in de hand trots te kijken naar een vier cilinder LX 5.0 2-deurs Convertible Mustang uit 1990. Die is van zijn dochter.
Tekst en foto’s: Dick Drayer | (c) Amigoe
Vijftien jaar oud was zij, toen ze hem kreeg van papa. Dat is achttien jaar geleden. Tamara Muzo-Nicolaas is een van de weinige vrouwen op de Boulevard van Bapor Kibra die een Ford Mustang rijdt. Ze heeft MTS-werktuigbouwkunde gedaan en onderhoudt net als haar vader vroeger haar eigen auto. Daarmee is ze een uitzondering op de Boulevard van Mambo Beach. Wie langs alle twintig Mustangs loopt, ziet toch vooral mannen achter het stuur. De Mustang is niet voor niets een muscle-car.
Babyboom-generatie
De eerste Mustangs rolden van de band naar de showrooms op 17 april 1964, precies vijftig jaar geleden. De betaalbare sportauto’s waren een onmiddellijk succes, vooral voor jongere bestuurders. Ford gokte op de opkomende babyboom-generatie van na de oorlog. Die groeiden op met rock ’n-roll, vet in de kuif en de auto was, zoals een Vlaamse autojournalist eens zei: “The closest a car can come to rock ’n roll.”
De formule van Ford was geniaal in zijn eenvoud. Destijds waren auto’s duur omdat ze geen enkele technische of andere component deelden met een bestaand model. Mustang deed dat wel. Het chassis en de motor en alle techniek werd geleend van de Ford Falcon. Daarop zette Ford een compleet ander koetswerk met een glitter-interieur. Prijs: 2.320,96 dollar, ongeveer de helft van wat een Chevrolet Corvette in die tijd kostte. De Mustang werd daarmee de snelst en best verkopende nieuwe auto ooit in de Amerikaanse auto-geschiedenis. Na anderhalf jaar waren er al een miljoen verkocht.

Glimmende lak
Twintig daarvan stonden er vorige week bij Mambo. De Mustang Club Curaçao bouwde op die manier een tijdlijn op vanaf 1965. Er is zelfs een 1964-en-een-half-model op Curaçao, “maar die staat al bijna twintig jaar op de blokken”, zegt Erwin Ferreira (60), de trotse eigenaar van een Mustang-coupé uit 1970. Hij geeft tekst en uitleg met een doek in de hand. Bij elke voorbijlopende passant gaat de doek even over de glimmende lak.
“Ik heb deze auto nu acht jaar. Gekocht van de familie van een overledene die hem al jaren in zijn tuin in Brievengat had staan. Een en al roest en gaten.” Erwin laat een fotoalbum zien van het restauratieproject. Wie de auto nu ziet en hem vergelijkt met een foto van acht jaar terug, gelooft zijn ogen niet. “1500 Gulden heb ik er voor betaald destijds. Daarna elke avond na het werk de schuur in en klussen. Ik heb het niet alleen gedaan, vier vrienden hebben geholpen. Mijn vrouw vond het best, zij staat en stond honderd procent achter me.”
Erwin bekent dat hij er niet vaak in rijdt. “Het is een dure grap, deze hobby. Ik kocht hem voor niets, maar er zit nu zeker voor tachtigduizend gulden aan nieuwigheid in deze Mustang. Onderdelen zijn duur, die komen uit Amerika. Bovendien heb ik nog een Mustang en ik ben gepensioneerd.”
Beheersing
“Veel hulp van Ford op het eiland krijg je niet hoor”, valt Martin Thijn (49) bij. Hij heeft een 2014 model Mustang en hoort bij de generatie van na de babyboom uit de jaren zestig. Hij kijkt met liefhebbende ogen naar de oude modellen op de Boulevard. Die liefde voor oud is niet per se wederzijds. De meeste babyboomers hebben weliswaar respect voor de nieuwe Mustangs, maar zweren bij hun eigen oude modellen uit de vorige eeuw.
“Ik heb mijn Mustang uit Amerika gehaald, van de veiling. Hij was ‘geslagen’”, zegt Martin. “Dat is de enige manier waarop je zo’n auto eigenlijk betaalbaar kan kopen. Ford prijst zijn auto’s te duur hier. Nieuw willen ze er zestigduizend gulden voor hebben. Maar als je hem in de Verenigde Staten met schade koopt, is de prijs heel laag. Ik heb voor mijn auto, inclusief modificatie, 46.000 gulden betaald.”
Martin is in het dagelijks leven piloot bij Insel Air, maar houdt ook van speed op het asfalt. Hij geeft toe dat je als Mustang-rijder vooral beheersing moet hebben op Curaçao. “Ik heb niet het comfort om twee auto’s te rijden, dus mijn Mustang is behalve weekendauto ook family-auto door de week.” Met beheersing doelt Martin op de 430 paardenkrachten van zijn zescilinder Mustang. “Het eiland is klein, dus echt hard rijden kan je hier niet. Snel optrekken wel, maar je moet je auto wel kennen.”
“Bij het verkeerslicht gaan de raampjes van medeweggebruikers altijd omlaag”, licht Martin toe. “Dat is het leuke van een Mustang rijden. Je krijgt bewondering op de weg. Het leukste vind ik kinderen op de achterbank; die kijken met die grote ‘wow-ogen’, zwaaien en betrekken ook hun ouders erbij.”
Brand

Tamara Muzo-Nicolaas staat met T-shirts van de Mustang Club Curaçao in haar handen. “De club begint nu weer te leven”, zegt ze, terwijl ze de shirts meegeeft aan een bestuurslid. “Mijn verbondenheid met de Mustang gaat diep.” Tamara zet haar voet demonstratief op de achterbumper van haar Mustang Convertible en laat haar tattoo zien. Vlak boven de binnenkant van haar linkerenkel prijkt een getatoeëerd logo van de Mustang: een hardlopend paard, dat in het westen van Noord-Amerika vrij rondloopt.
“Onze hele familie is verbonden met de Mustang. Mijn vader kocht zijn eerste Mustang ruim 42 jaar geleden.” Carlos glimlacht en zegt: “Ik ben ook 42 jaar getrouwd. Mijn vrouw moest concurreren met de 1971 Mustang Convertible die ik toen kocht.” Tamara laat een foto zien. Boven op de rode Mustang staat ze, vastgehouden door haar moeder, te pronken op de motorkap.
Dan wordt het even stil. Tamara, vader Carlos en zijn vrouw, die ook bij de auto van Tamara staat, kijken elkaar aan. Tamara zegt: “Op Goede Vrijdag, 10 april 1998, precies zestien jaar geleden heeft een vreselijke brand de werkplaats met die Mustang en een deel van ons huis in de as gelegd. Mijn vader raakte daarbij zwaargewond. Zijn rug en zijn rechterbeen raakten voor driekwart verbrand. Papa was bezig met groot onderhoud aan de auto en een klein vonkje zette de boel in vlammen.”
Vier maanden intensive care en jaren van revalideren volgden. Niet in Colombia of Miami zoals nu, maar gewoon op Curaçao. “Je werd vroeger niet naar het buitenland gestuurd voor medische behandeling”, zegt de moeder van Tamara. Ze heeft het niet gemakkelijk met dit onderwerp. “Ik denk er nog veel aan, vooral als ik brandend hout ruik. Dan ben ik toch wel alert.” De auto was verloren, hoewel Tamara de motor heeft gehouden. “Acht cilinder, dat gooi je niet gauw weg.”
“Ik doe alles zelf. Net als mijn vader vroeger. Die doet nu niet meer mee, maar is er wel altijd bij. Goede adviezen, hij helpt waar hij kan. De hele familie zit in de auto’s, daaraan heeft het ongeluk niets veranderd. Mijn man is ook een echte autofreak”, zegt Tamara. Behalve oude Mustangs hebben we nog een auto-liefde: dragracen.

Komen en gaan van Venezolanen is al eeuwen oud...

Migratie tussen Venezuela en Curaçao bestaat al honderden jaren. Over en weer hebben beide volkeren in tijden van nood bescherming bij e...