| Cesár Cruz (links), Betico Croes (midden, met sjaal) en Boy Escalona (rechts) tijdens een privé-optreden in de huiskamer van de familie Sertons in Blaricum |
Terwijl Aruba vandaag Beticodag viert en Gilberto François ‘Betico’ Croes wordt herdacht als de man die het eiland naar de Status Aparte leidde, ziet Maria van den Berg-Sertons niet de staatsman voor zich. Zij ziet een jongen met een gitaar, een brede glimlach en een stem die de huiskamer vulde met liederen uit de Caraïben.
In de jaren vijftig woonde Maria als tiener in Blaricum, in een huis dat voor drie jonge Antilliaanse studenten een tweede thuis werd. Niet uit politieke overwegingen, maar uit vanzelfsprekende gastvrijheid. “Toen was het nog niet normaal dat jongens uit Aruba of Curaçao tijdens vakanties teruggingen,” vertelt ze. “Ze bleven hier. En bij ons waren ze welkom.”
Via haar broer Giel, die aan de kweekschool in Hilversum studeerde, kwamen eerst Cesár la Cruz uit Curaçao en later Boy Escalona en Betico Croes uit Aruba in hun leven. Ze logeerden tijdens kerst, Pasen en soms hele zomers. “Het was altijd gezellig. Muziek, lachen, praten tot laat. Ze brachten iets mee van ver weg, maar het voelde nooit vreemd.”
Muziek als thuiskomst
De drie jongens vormden een muzikaal trio: Los Antianos. In de huiskamer speelden ze liedjes uit het Caribisch gebied, soms serieus, soms speels. Maria herinnert zich hoe de stoelen aan de kant gingen en de woonkamer even veranderde in een klein theater.
Op 13 september 1956, Maria’s vijftiende verjaardag, stonden ze zelfs op de Nederlandse televisie. “Dat was die officiële foto,” zegt ze, terwijl ze ernaar wijst. “Mijn broer had dat geregeld.” Daar staat Betico, strak in het pak, gitaar in de hand. Geen politicus, geen leider, maar een jonge man die zichtbaar geniet van het moment.
| Het Trio Los Antianos tijdens een televisieoptreden in Nederland. Van links naar rechts: Betico Croes met gitaar, Cesár Cruz en Boy Escalona. De foto is gemaakt op Maria van den Berg-Sertons’ vijftiende verjaardag. |
Op een andere foto (zie boven) dragen ze doeken om het hoofd, alsof ze zich verkleden voor een grap of een spel. “Een privé-optreden,” noemt Maria het. “Zo was het: luchtig, vrolijk.”
Geen politicus, maar een charmeur
Politiek speelde in die tijd geen rol. “Toen absoluut niet,” zegt Maria resoluut. “Hij was gewoon Betico. Later pas, veel later, zei hij een keer tegen me: ik ga president worden.” Dat was toen Croes al in Aruba actief was in de MEP, dus na 1971, maar in de jaren vijftig was hij vooral… charmant.
“Hij kon ontzettend leuk zijn,” zegt Maria met een glimlach. “Ik was een beetje verliefd, ja. We hadden ook gezoend, maar ik was vast niet de enige. Ik zat op de meisjeskweekschool, hij op de jongenskweekschool.” Ze ontmoetten elkaar in gezamenlijke lessen, bij dansavonden in huis, soms gewoon aan tafel.
Jaren later zei hij eens tegen haar: “Ik had met jou moeten trouwen.” Maria lacht daar nog steeds om. “Maar toen was hij te laat. Ik had al drie kinderen.”
| In het huis van Maria’s moeder in Blaricum: Maria links bij het raam, Cesár Cruz daarnaast, Maria's moeder in het midden, rechts, rokend, Betico. |
Kleine momenten, grote herinneringen
Het zijn juist die kleine, gewone momenten die Maria zijn bijgebleven. Samen tafeltennissen op de eettafel, met een netje ertussen gespannen. Naar Haarlem voor een toernooi, samen met zijn broer Hendrik. Niet hand in hand door de stad — dat kon toen niet — maar naast elkaar, in dezelfde wereld, zonder dat iemand wist wat de toekomst zou brengen.
Toen Maria slaagde voor de MULO, stonden de jongens haar op te wachten bij Hotel Jans in Hilversum. “Ik vloog in hun armen,” vertelt ze. “Dat vergeet je nooit.”
Het contact verwaterde toen Betico na zijn afstuderen in 1959 terugkeerde naar Aruba. Ze zag hem nog een paar keer in Nederland, met zijn vrouw en oudste dochter. En daarna volgde ze zijn politieke carrière vooral op afstand. De jongen die ooit muziek maakte in haar moeders huis, werd het gezicht van Aruba’s streven naar autonomie.
| Groepsfoto op de zoldertrap van het huis van Maria’s moeder. Links in witte blouse: Maduro (Curaçao), linksonder Cesár Cruz, boven hem Betico Croes, daarnaast Maria van den Berg-Sertons, boven haar broer Ton, rechts Boy Escalona en Maria’s moeder ‘Tante Dien’. |
Afscheid
Betico Croes raakte op oudejaarsavond 1985, enkele uren voor het ingaan van de Status Aparte op 1 januari 1986, betrokken bij een eenzijdig verkeersongeval. De MEP-leider raakte in coma en overleed in november, elf maanden later.
Maria nam afscheid in Utrecht, waar hij opgebaard lag. “Hij wordt nog steeds vereerd,” zegt ze. “En terecht. Maar voor mij blijft hij ook die jongen in onze huiskamer.”
Juist daarom raakt Beticodag voor haar anders. Niet alleen als nationale herdenking, maar als herinnering aan een jonge Arubaan die ooit ver van huis een veilige plek vond in een Nederlands gezin — en daar, zonder het te weten, een onuitwisbare indruk achterliet.