Aanstellingen Referendum-commissie

bron: Democratische Partij

Met referte aan de vergadering van de Vaste Commissie Staatkundige Structuur en de “Plataforma di Konsulta Ban Konstruí nos Pais” van hedenmiddag en uw mededelingen ter zake de referendum-commissie, informeren wij u als volgt.

De fractie van de Democratische Partij heeft onlangs via de pers kennis moeten
nemen van namen van personen die zitting zullen hebben in de in te stellen
referendum-commissie.
Onze fractie heeft u hedenmiddag tijdens bovengenoemde vergadering in alle openheid medegedeeld dat wij ervan uit gaan dat het BC onafhankelijke en vooral onpartijdige personen benoemd als lid van de referendum-commissie.

Via de media hebben wij echter vernomen dat er reeds nu al kritiek bestaat omtrent twee personen die het BC (reeds) heeft aangewezen als lid van de referendum-commissie, te weten:

1) Dhr. Armin Konket, momenteel Hoofd Directie Bestuurlijke en Constitutionele Zaken (BCZ);

2) Dhr. John Jacobs, vertegenwoordiger van Kamer van Koophandel, tevens lid van de Plataforma di konsulta Ban Konstrui nos Pais.

Vooraleerst wil onze fractie duidelijk vooropstellen dat wij de uitlatingen van enkele politieke partijen niet delen, voorzover deze uitlatingen zijn gericht op de persoon, i.c. dhr. Konket. Het is de DP-fractie niet te doen om de persoon, als wel om de issue.

De issue waar onze fractie op wil wijzen is als volgt. Op de website van de Centrale Overheid staat in relatie tot de BCZ en de functie van dhr. Konket het volgende vermeld:

“Constitutionele Zaken: De instandhouding en uitdieping van de democratische rechtstaat.
Ondersteuning van de eilandgebieden bij het doorvoeren van nieuwe staatkundige verhoudingen.
Taakstelling: het adviseren inzake de staatkundige structuur en het politieke stelsel van de eilanden van de Nederlandse Antillen.”


Onder de subkop Constitutionele Zaken staat het volgende vermeld:

“Taakstelling: adviseren inzake de staatkundige structuur en het politieke stelsel van de Nederlandse Antillen.

Staatkundige structuur
(...) Naar aanleiding van het door de Sint Maartense bevolking door middel van het referendum
uitgesproken wens, heeft de Staten van de Nederlandse Antillen de Regering verzocht te
bevorderen opdat de nieuwe staatkundige status van de eilandgebieden Saba, Sint Eustatius,
Bonaire, Sint Maarten en Curaçao op een zo kort mogelijke termijn wordt gerealiseerd.

De Regering optredend als coördinerende en faciliterende instantie is in 2002 een overlegronde
gestart met alle eilandgebieden om aan te geven welke staatkundige status zij wensen en op welke gebieden, met welke entiteiten en op welke wijze zij een samenwerkingsrelatie met elkaar willen aangaan. Dit met de bedoeling om consensusafspraken te verkrijgen omtrent de staatkundige toekomst van de Nederlandse Antillen. BCZ participeert in dit proces als ambtelijk
coördinerende instantie.”

Daarbij komt dat dhr. Konket weliswaar niet voor het Eilandgebied Curaçao werkzaam is, maar hij was voorzover ons bekend wel degelijk lid van de onderhandelingscommissie of in ieder geval adviseur voor de regering van de Nederlandse Antillen, die ook partij was bij de afspraken die zijn gemaakt tijdens de Rondetafelconferentie van 15 december 2008. Dus de schijn wordt hiermee gewekt dat hij niet onbevangen staat tegenover de onderhavige kwestie en de door het huidige (politieke) bestuur gewenste uitkomst van het referendum.

De vraag dringt zich dan ook op of de instelling van het Hoofd BCZ, als voorzitter van de referendum-commissie, niet alle schijn tegen heeft als het gaat om onbevangenheid en of niet ook de gewenste objectiviteit wordt aangetast ter zake het referendum traject. Vooral ook wanneer wordt overwogen dat het hoofd van de regering van de Nederlandse Antillen, de minister-president haar politieke lot heeft verbonden aan een specifieke referendum uitkomst, waarmee feitelijk genoemd traject reeds in politieke zin is besmet.

Voor wat betreft dhr. Jacobs geldt eenzelfde situatie, gezien zijn functie als lid van de Plataforma di konsulta Ban Konstrui nos Pais, welke bij vrijwel alle onderhandelingsmomenten betrokken is geweest en eveneens advies uitbrengt aan het BC ter zake het staatkundige veranderingsproces.

Onze fractie kan deze vorm van belangenverstrengeling of “het ophebben van meerdere conflicteren petten”, niet los zien van de perceptie dat dit een normale gang van zaken of vanzelfsprekendheid is, in relatie tot het handelen van het huidige (politieke) bestuur.

Wij verzoeken het BC dan ook voorgenoemde aanstellingen serieus in heroverweging te nemen, teneinde zowel de referendum-commissie als het – traject te ontdoen van de schijn van belangenverstrengeling en partijdigheid. Dit komt niet alleen het staatkundig veranderingsproces ten goede, maar vooral ook het vertrouwen van de burger die in toenemende mate ziet hoe dit proces door de politiek (zowel oppositie als coalitie) gegijzeld lijkt te worden.