Zwijgrecht en de Babelonische spraakverwarring

Eldon 'Peppie' Sulvaran (l) en Gerrit Schotte
WILLEMSTAD - Gerrit Schotte en zijn raadsman Elson 'Peppie' Sulvaran hebben er nogal eens een handje van verwarring te stichten. Babelonisch zou ik haast zeggen. Wellicht had de jurist die bij het OM de namen geeft aan zaakonderzoeken dezelfde gedachtelijn. In termen van het cliché: niets nieuws onder de zon; veel mensen zijn van de actoren in de Politieke en Juridische Arena niets anders gewend. Het is in deze context dat ik een soort journalistieke plicht voel om de drogredeneringen die aan de basis van de verwarring liggen, bloot te leggen en de olijke tweeling van Babel wat repliek te geven. Ook nu mogen ze zich beroepen op het zwijgrecht.

Direct na het vonnis in Eerste Aanleg rende Peppie zich met gezwinde spoed naar buiten, de trappen van het Gerechtshof af. Daaronder stond een kluitje journalisten. Op zoek naar het virtuele riet, moet Peppie hebben gedacht en hij stak meteen van wal. "Mijn cliënt gaat in hoger beroep en is dus weer onschuldig."

De strafpleiter refereerde hier aan het 'Praesumptio innocentiae' principe, een grondbeginsel van het strafrecht, dat bepaalt dat een ieder voor onschuldig dient te worden gehouden tot het tegendeel is bewezen. Vraag is of dat ook geldt na een vonnis, waarbij de verdachte door het gerecht is veroordeeld, maar dit (nog) niet onherroepelijk is. Bijvoorbeeld, omdat die in hoger beroep gaat. De juridische begrippenlijsten zeggen daar namelijk niets over.

Eldon 'Peppie' Sulvaran over onschuld
Jurisprudentie 
De jurisprudentie geeft wel uitsluitsel en ondersteunt in eerste instantie de opmerking van Peppie onder aan de trap van het stadhuis. Op grond van rechtspraak van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens (EVRM) geldt dat een verdachte het recht heeft om als onschuldige te worden behandeld tot het moment dat een veroordelend vonnis definitief wordt. Dus gedurende het hele strafproces. Zolang er nog een rechtsmiddel openstaat is het nog niet zeker wanneer het proces eindigt. Uit de EVRM-jurisprudentie vloeit ook voort dat niet alleen rechters de onschuldaanname in acht dienen te nemen, maar ook overheidsinstanties, inclusief Statenleden.

In die lijn van gedachte schreef Gerrit Schotte een ietwat kolderieke reactie op de vraag van het parlement om als veroordeelde een stapje terug te doen; een vriendelijke verzoek aan de ex-premier om geen zitting te nemen in het parlement totdat het vonnis onherroepelijk zou worden. Een beroep op zijn moreel besef: parlementariërs moeten immers een voorbeeld geven aan de gemeenschap. Ik geef toe, ook die oproep kan als kolderiek worden omschreven. In 2008 verwierpen de opstellers van het verzoek nog een motie om veroordeelde parlementariërs te sanctioneren. En de Statenleden die nu niet wilde tekenen, zoals Gerrit Schotte zelf (!) tekenden die motie wel.

Schuldig
Maar hoe ik ook zoek in de huidige brief: de twaalf Statenleden schrijven niet dat zij vinden dat Schotte schuldig is. Zij baseren zich enkel op het vonnis van rechter Lips, dat vrijdag 11 maart werd uitgesproken.

Door nu het 'Praesumptio innocentiae' te gebruiken, probeert Schotte dat begrip op te rekken. Een onschuldpresumptie verandert immers niets aan het feit dat Gerrit Schotte veroordeeld is. En het is dit vonnis dat in hoger beroep wordt bekrachtigd of juist wordt vernietigd. Eventueel met aanpassing van de strafmaat.

Statenvoorzitter Ivar Asjes eindigde als regeltjesfetishist
Regeltjesfetisjist
Ik gebruikte het woord kolderiek. Dat behoeft verheldering. Het naar je eigen hand zetten van juridische begrippen is dat immers niet. Nee, het kolderieke zit hem wat mij betreft in het regeltjesfetisjisme, waarmee ons land bij tijd en wijle wordt overspoeld. Wie alle pleitnota's van Sulvaran leest weet precies waar ik op doel. Regeltjes fetisjisten hebben een enorme drang en beroepen zich op voorspelbare en dus gezette tijden op de letter van de wet. Niet op de geest.

Het soort fetisjisme dat ook Ivar Asjes - destijds als Statenvoorzitter - in zijn greep hield en waarmee hij met het parlementaire Reglement van Orde in de hand, het land wekenlang in gijzeling hield.

Het kolderieke zit hem natuurlijk in de omstandigheid dat je eenzelfde fetisjistische drang zou mogen verwachten van Schotte c.s op het moment dat zij hun ambt aanvaarden en uitvoeren. Dat zou de discussie, de juridische weg en dit artikel in één klap overbodig maken.

Grondwet
Schotte schreef in zijn reactie dat de 12 Statenleden politieke munt willen slaan uit zijn veroordeling en dat zij in strijd handelen met de Grondwet:
....Als geen ander moet u een voorbeeldfunctie vervullen teneinde alle burgers die om welke reden dan ook met justitie in aanraking komen niet voortijdig en onherstelbaar (reputatie) schade te berokkenen. U weet dat in onze samenleving helaas, ondanks de grondwettelijke onschuldpresumptie, zodra iemand verdacht wordt of strafrechtelijk vervolgd door menigeen betrokkene behandeld als ware hij of zij reeds onherroepelijk veroordeeld is.....
Zwijgrecht?
De toevoeging grondwet is ook tamelijk kolderiek. Ik heb die er bijgehaald, net als de Staatsregeling, maar het 'Praesumptio innocentiae' is daar niet te vinden. Die wordt, zoals ik al heb betoogd in een ander kader gebruikt.

En als we het over voorbeeldfuncties hebben, dan zou kan het bijna niet kolderieker. Het is juist om dit begrip dat het parlement vraagt om terughoudendheid van de MFK-voorman. Met een beroep op zijn veroordeling.

Met een beetje fantasie kun je ook beredeneren dat het parlement Schotte vraagt zijn beroep op het zwijgrecht in de Juridische Arena door te trekken tot in de Politiek Arena. Totdat het oordeel van de rechtbank onherroepelijk is.

Daarna hoef je niet meer te zwijgen, je mag wellicht zelfs brommen. Misschien wel drie jaar lang.