woensdag 28 februari 2018

Jan Peltenburg: Het kan altijd beter


Jan Peltenburg is gisteren, 27 februari, na ziekbed van vier maanden, overleden. Hij was een van de grondleggers van het nieuwe gerestaureerde Pietermaai. Samen met Anne-Marieke Holten en Wilfred Hendriksen van de Gouverneur renoveerden ze meer dan 40 projecten in de binnenstad. Peltenburg werd 65 jaar. Jeroen Pauw sprak met hem voor zijn dood.

door Jeroen Pauw

Als de mensen dit gesprek lezen ben je dood. Zie je er tegenop om dood te gaan?
,,Nee, totaal niet, dat verbaast mijzelf ook, ik heb volop tijd om erover na te denken maar ik ben niets tegen gekomen waarvan ik dacht oké, daar zit mijn angst, daar zou ik bang voor moeten zijn. Het klinkt misschien nonchalant, maar het lijkt alsof het iets is wat ik over mij heen moet laten komen en waar ik eigenlijk nog min of meer nieuwsgierig naar ben.”

Je weet niet wat er gebeurt, maar wel waar je afscheid van neemt. Is dat iets waar je bang voor bent?
,,Ook niet meer. Ik probeer zo veel mogelijk mijn emoties te beredeneren. Als ik merk dat ik verdrietig word omdat ik afscheid moet nemen, probeer ik dat te beheersen en te kijken waar ik dan eigenlijk afscheid van neem. En dat is dan nog maar een heel klein onderdeeltje van het heel grote bestaan dat ik al achter de rug heb en van iets dat nog misschien had kunnen komen, maar ja, dat is toekomst en dus onduidelijk. Nee, angst heb ik er niet voor. Ik ben eigenlijk alleen bang voor de pijn, maar mij is verzekerd dat ik dat niet zal hebben.”

Antilliaans Dagblad
Heb je alles georganiseerd, de plek gekozen waar je wilt liggen, wat er op de steen moet staan, de muziek uitgekozen, de uitnodigingen al bijna de deur uitgedaan?
,,Nee, de mensen die het dichtst bij mij staan vroegen dat en ik zei, maak er gewoon wat leuks van. Ik leg het probleem nu op hun bord, maar ik vind het nogal lachwekkend, wat moet ik nou op een steen hebben staan, het zegt me zo weinig, ik ben er dan niet meer.”

Maar hier in je eigen huis, lig je in bed terwijl er werklui bezig zijn het huis af te maken, daarvan kun je toch ook zeggen ‘Ik ben er dan niet meer, bekijk het maar’? Maar dat moet tot op de laatste schroef af zijn. 
,,Ik zou inderdaad bijna zeggen, dat is een móéten, dat is mijn leven geweest, iets creëren, iets maken, iets doen. En ik vind dat ik het netjes achter moet laten, met alles wat ik nu nog in mij heb zitten wil ik dat heel erg graag doen.”

Is dat iets wat je in leven houdt? Dit moet volbracht worden? 
,,Dit inspireert ja, het is heerlijk als ‘s morgens Ab, de timmerman, binnenkomt, terwijl ik zelf bijna niks meer kan en de hele dag vanaf mijn bed lig toe te kijken, maar wel kan sturen, waar ik nog een plankje of een kastje opgehangen wil hebben. Dat blijf ik heerlijk vinden en dat zal wel tot op het laatst zijn.”

Moet het afkomen? 
,,Ja.”

Eigenlijk ben je daar niet helemaal van, dat het helemaal af komt. 
,,Honderd procent af is inderdaad niet leuk en als het af is moet het eigenlijk opnieuw beginnen. Maar ik blijf zo ondertussen nog aardig wat dingen bedenken, ik heb al ingeschat dat het nog wel een half jaartje werk is, dus ik heb nog wel een half jaar te gaan. En dat moet ik nog maar zien te volbrengen, op mijn twee beentjes.”

Dat is dus de ambitie? 
,,Die is er, en die is keihard, dat wil ik.”

Is dat ook hoe je naar leven en dood kijkt, als het af is moet er weer iets nieuws beginnen? 
,,Nee, nee, volgens mij begint er niets nieuws, ik ben er eigenlijk van overtuigd dat het leven biologisch is, een natuurlijk gegeven, een natuurlijk verloop, ik kan me niet voorstellen dat ik straks een hemelpoort ga zien en dat daar iemand staat die tegen mij zegt ‘jij rechtsaf en die ander linksaf’, ik kan me daar niks bij voorstellen.”

Wie was de Jan Peltenburg die zo’n 25 jaar geleden op Curaçao aan- kwam? 
,,O jee, dat was een redelijk beschadigd jongetje, van 42, beschadigd door het overlijden van mijn vrouw. Ik was helemaal uit het veld geslagen, in de war, alles wat weg was zou niet meer terugkomen. Het heeft me meer dan een jaar gekost, om te zien dat ik het weer zelf kon doen, dat ik iets kon oppakken, iets kon bedenken.”

Wat deed je in Nederland?
,,Ik had een juwelierszaak in Gouda en we maakten Italiaans georiënteerde sieraden. Op Curaçao begon ik weer zo’n zaak, na een jaar of drie werd ik het spuugzat en nam mijn zusje het over en kon ik dwarrelen en vluchten, op zoek naar nieuwe dingen.” Vluchten en dwarrelen? ,,Ik liep rond met de vraag hoe mijn leven in te vullen, ik interesseerde me voor onroerend goed, begon hier al een beetje te snuffelen en toen kwam ik Anne-Marieke en Wilfred tegen. In no time besloten we samen iets te gaan doen.”

Anne-Marieke Holten | Foto: Dick Drayer
Waarom zij? 
,,Het klikte, we hebben verschillende talenten, Anne-Marieke is ongelofelijk veelzijdig, verschrikkelijk goed met cijfers en bijzonder creatief. Wilfred is de organisator, doet niets liever dan nieuwe dingen bedenken en dan zorgen dat iedereen dezelfde kant op gaat. En ik, de doener die er tussendoor fietst, op de bouw is, een beetje rommelt en dan zegt: ‘Ik heb weer wat gezien, dit kunnen we kopen, wat zullen we doen?’ En dan begonnen we.”

Was het idee, we gaan van een verpauperde buurt een van de meest levendige buurten van Curaçao te maken? 
,,Welnee, we dachten we gaan een vervallen huis kopen en opknappen. Maar na het eerste pandje komt de tweede en de derde enzovoort, ik was daar toch wel dagelijks mee bezig, heerlijk was dat. We kochten totaal vervallen ‘pandjes’ waarmee we aan de slag konden, geheel weer terugbrengen in de originele staat, omdat we vonden dat het bewaard moest blijven, de schoonheid, de geschiedenis, voor later.”

Daar zat geen plan achter? 
,,Niet echt. En achteraf is dat maar goed ook, een plan ontwikkelt zichzelf. Waar je vandaag een kroegje bedenkt blijkt het overmorgen al niet meer te passen, het geheel is op een natuurlijke wijze ontstaan, waar behoefte aan was werd gemaakt. En zo ontstond, op een servetje op het strand De Nachtwacht van Bas en Niek, Servir Frais van Arie Pieter, Mundo Bizarro, Ginger.”

Jan Peltenburg en Wilfred Hendriksen | Foto: Els Kroon
De meeste lezers kennen de buurt Pietermaai, waar begon het mee? 
,,Ik ben met een Nederlandse zakenpartner begonnen, met een pandje hier iets verderop van mijn huis in Pietermaai. Het ging toen helemaal mis. Het is letterlijk door de drugsboeren, het was toen hun wijk, kort en klein geslagen. Ik zat in hun gebied, in hun handel, er zaten hier toen wel honderd chollers, die gestuurd werden door die drugsbazen. Maar een half jaar later weer opnieuw begonnen, toen niet midden in de gribus, maar aan de rand, in de Nieuwstraat, met Anne-Marieke en Wilfred. Toen ging het los.”

En wanneer wist men, ze zijn begonnen… 
,,Dat was vijf jaar later. De pandjes stonden te wachten, we waren wel in stilte aan het voorbereiden, maar pas na een jaar of vijf begonnen we met restaureren. Opeens stonden er bouwvallen in de steigers.”

Was iedereen toen blij verrast? 
,,De paar bewoners wel, maar de illegalen, prostituees en drugsboeren werkten natuurlijk niet echt mee, wij zaten in hun territorium en creëerden daglicht, we kregen een hoop tegenstand, dat was best beangstigend. We werden meermaals bedreigd. Het was ‘jungle’ hier, we moesten ’s nachts voor voldoende bewaking zorgen, anders werd er dan weer vernield, wat overdag gebouwd was. Dag in, dag uit.”

Hadden jullie medestanders?
,,We hebben altijd goed contact gezocht en gehad met de betreffende overheidsinstanties. Zij snapten waar we mee bezig waren en vonden het ook leuk als ik met dynamiek binnenkwam en hen de nieuwste plannen liet zien. De mensen van het Monumentenfonds hebben ons altijd gesteund en vertrouwen gegeven. Zij waren natuurlijk ook blij met zo’n stelletje gepassioneerde gekken.”

Jan Peltenburg | Foto: Els Kroon
Ondernemers klagen wel eens over het wantrouwen dat ze ontmoeten, ook meegemaakt? 
,,Heel erg. Terugkijkend denk ik regelmatig aan het gat dat ontstaan is, het verschil dat, als de overheid 20 jaar geleden onze visie had gedeeld, oog en vertrouwen had gehad voor ondernemers die voor eigen rekening en risico een monumentaal stadsdeel wilden restaureren, hoeveel verder Pietermaai, en wellicht heel Punda, dan nu was geweest. Dat heet visie. En die ontbrak geheel bij de overheid destijds. Behalve dat, natuurlijk ook het altijd aanwezige wantrouwen ten aanzien van ‘makamba’s’. Opmerkingen als ‘die doen maar, hoe doen ze dat, dat moet wel zwart geld zijn, ze nemen de hele buurt over’ hebben we toch wel regelmatig moeten slikken.”

Hoe verklaar je dat?
,,Ja, ongelukkig oud-zeer, gebrek aan zelfvertrouwen. Het is een soort scherm optrekken om zelf de verantwoordelijkheden te ontlopen en het een ander verwijten die het wel doet.”

Heb je geprobeerd dat scherm naar beneden te krijgen? 
,,Naar mijn idee wel, ik was altijd op de bouw, aanspreekbaar voor eenieder die vragen of commentaar, ook kritiek, had, maar dat is blijkbaar nooit helemaal gelukt. Dat er dan achteraf in bepaalde kranten suggestieve dingen geschreven worden, zonder ons ook maar een keer zelf te benaderen hoe het nu precies zit. Wij waren een stadsdeel aan het restaureren én tegelijkertijd nieuw leven aan het inblazen, dat krijg je niet van de ene op de andere dag voor elkaar. Dat kun je ook niet alleen, daar heb je een overheid voor nodig. We hebben het wel alleen moeten doen. En dan krijg je na tien jaar arbeid populistisch gezeur over ‘de misstanden in Pietermaai onderzoeken’ en politici die zich voor zogenaamd gesloten stegen laten fotograferen. Eigenlijk een mes in je rug. Als je vindt dat er iets mis is, meld je dan gewoon bij me. Kijken hoe we er samen het beste van kunnen maken. Sorry hoor, maar dat moest er even uit.”

Nu het zichtbaar goed gaat in Pietermaai, met opgeknapte panden en open restaurantjes en cafés is de tevredenheid toegenomen? 
,,We zijn ruim zeventien jaar verder, Pietermaai bloeit weer. Ik denk dat de Curaçaose bevolking waardeert wat we hebben gedaan. Evenals de huidige politieke leiders. Maar er is natuurlijk ook een deel van de bevolking die het een worst zal wezen, die moeten leven van een schamel loontje, die heel andere dingen belangrijk vinden. Ook heel begrijpelijk, ik ben een liberale socialist, het moet hier ook beter worden voor een heel grote groep mensen, het moet echt beter. Dat op dit eiland, in deze tijd, sommige kinderen nog steeds met gesponsorde voedselpakketten naar school moeten vind ik echt onbegrijpelijk en beschamend. Terwijl anderen niet weten hoeveel en hoe snel ze zo veel mogelijk bij elkaar moeten graaien. Ik zou nog steeds niet weten hoe je dat beter krijgt, dat is de tragiek van dit mooie eiland.”

Foto: Els Kroon
Als je met de afstand van het ziekbed naar Pietermaai kijkt, ben je dan trots? 
,,Ik moet je teleurstellen, dat gevoel van trots ken ik niet, dat komt geen seconde in mij op. Ik weet hoe het eruitzag, en hoe het er nu uitziet, en ook wat we er zeventien jaren voor hebben gedaan en gelaten, maar dat gevoel komt niet boven.”

Welk gevoel dan? 
,,Ik zou het niet weten, ik denk dat ik nog te veel leef met het gevoel dat al die dingen die ik zie anders hadden gekund, toch net iets beter. Het is mooi, maar het is bijna nooit goed genoeg, dat klinkt streng, en dat is het ook. Zo was het leventje thuis en dat is altijd zo gebleven, je begint ergens aan en je maakt het af. En als het af is, is het toch nog niet goed genoeg, het kan altijd beter, bescheiden blijven.”

Pfff, dat klinkt heel streng voor jezelf. 
,,Ja, ik snap dat je het zegt. Maar als het niet klopt, gaat het eruit, en dat is nu nog zo, terwijl ik nog maar even heb.”

Ga jij je eigen kist maken? 
,,Ja ha, en dan moeten alle plankjes kloppen, ik heb het al getekend, het moet strak, modern en simpel zijn. Ik ben al op zoek naar mooi hout. Twee vrienden van me gaan er samen iets moois van maken!”


-0-0-0-
Dit interview stond ook in het Antilliaans Dagblad van 28 februari 2018

'Politiemensen opvoeden dat vreemdelingenbeleid iets anders is dan boeven vangen'

Mr. Myra Biegelaar en professor mr. Lodewijk Rogier  Curaçao heeft een probleem met attitude in de vreemdelingenketen. Dat zegt professo...